Gebruik diepwortelende en rustgewassenfactsheet

Met rustgewassen en diepwortelende groenbemesters kan stikstof uit de lucht worden vastgelegd en kan uitspoeling tijdens de winter worden beperkt.

Een uitgekiend gebruik van diepwortelende en rustgewassen in een vruchtopvolging houdt de bodem gezond en de gewassen productief. Het is de basis voor een duurzaam teeltsysteem en een belangrijke maatregel om bodem gebonden ziekten en plagen te voorkomen. Vooral de ruimte voor granen, luzerne, grasklaver en groenbemesters is belangrijk. Uit onderzoek blijkt dat rotaties met vlinderbloemigen en groenbemesters de fysische eigenschappen van de bodem verbeteren, erosie en uitspoeling van nutriënten verminderen, het bodemorganische stofaandeel vergroten en uiteindelijk de behoefte aan externe inputs substantieel kunnen verminderen.

Samenvatting

 

Waardering

Toelichting

Productievoordeel1)

+

Op langere termijn gunstig voor gewasopbrengst.

Milieuvoordeel1)

+/++

Minder N uitspoeling, groene N voorziening door N-binding via vlinderbloemigen.

Kosten2)

0/+

Afhankelijk van specifieke keuzes.

1) -- = sterk negatief, - = negatief, 0 = neutraal, + = positief, ++ = sterk positief

2) 0 = geen, + = beperkt, ++ = aanzienlijk, +++ = hoog

De maatregel

Rustgewassen zijn een basisvoorwaarde om diversiteit in het bouwplan van akkerbouwers te houden en een goede bodemkwaliteit te handhaven. Gewassen met een hoog saldo (aardappel, peen, uien) vragen veel van de bodem. Gewassen die laat geoogst worden (suikerbieten, aardappelen) geven een groter risico op bodemverdichting en bieden minder ruimte voor de teelt van groenbemesters. Bij het invullen van een bouwplan gaat het om een goede afwisseling van gewassen met een hoog saldo en gewassen die de bodemconditie weer op peil brengen, zoals granen, grassen en groenbemesters. Eigenlijk hebben alle rustgewassen ook een gunstige beworteling: intensief en/of diep. Daarbij geldt dat hoe dieper en intensiever de beworteling, hoe groter de bijdrage aan herstel en verbetering van de bodemkwaliteit.

Granen en grassen

Granen en grassen wortelen intensief en diep. Tarwe en gerst zijn van oudsher de rustgewassen in het bouwplan. Dankzij de relatief vroege oogst bieden ze ruimte voor een groenbemester en het stro is gunstig voor de bodemkwaliteit. Ook de teelt van graszaad geeft rust in het bouwplan. Als diep wortelende groenbemester zijn (Japanse) haver, winterrogge, Engels- en Italiaans raaigras of rietzwenkgras, gunstig voor herstel van de bodemkwaliteit.

Vlinderbloemigen

Vlinderbloemigen zoals luzerne en grasklaver leggen stikstof vast in de bodem en zijn beide een goede voorvrucht voor de meeste gewassen. Qua inpassing in het bouwplan leent grasklaver zich beter voor een eenjarige teelt dan luzerne. Daarbij wordt grasklaver bij voorkeur in het najaar gezaaid en luzerne in het voorjaar. Bij grasklaver ben je vrijer in het kiezen van een goed maaimoment. Voor luzerne is de drogerij vaak sterk bepalend. Qua onkruid onderdrukking en nalevering van stikstof ontlopen grasklaver en luzerne elkaar niet veel. Luzerne is iets beter in de onderdrukking van wortelonkruiden. Luzerne is wel gevoeliger voor structuurbederf dan grasklaver. De teelt van luzerne of grasklaver vormt een schakel tussen akkerbouw en veehouderij. Grasklaver kan ook ingezet worden als maaimeststof.

Doel

Doel is om door het gebruik van diepwortelende (rust)gewassen de bodem te laten herstellen en zo veel mogelijk bedekt te houden. Dit verbetert de bodemkwaliteit en de waterhuishouding, voedt het bodemleven en voorkomt verlies van nutrienten.

Effect op de waterkwaliteit en -kwantiteit

Gewassen met een intensieve en/of diepe beworteling hebben een positief effect op de bodemstructuur en zorgen voor goede bodembedekking. Dat is gunstig voor de waterinfiltratie, het waterbufferend vermogen en ook voor het vasthouden van nutriënten in de winter. De penwortels van luzerne zijn gunstig voor de natuurlijke drainage van de bodem (zie afbeelding).

Effect op de bodemkwaliteit

Diepwortelende gewassen verbeteren de bodemkwaliteit en de organische stofopbouw. Ze zijn gunstig voor de structuur, de opbouw van organische stof en het bodemleven. Vlinderbloemigen leggen stikstof vast.

Reactietijd

De teelt van een graan of een 2-jarige luzerne of grasklaver heeft direct invloed op de bodemkwaliteit in termen van bodemstructuur, bodemleven en (water)bufferend vermogen. Bij het omschakelen van b.v. een 1:3 rotatie met aardappels, suikerbieten, tarwe en uien naar een 1:6 rotatie met 50% granen of vlinderbloemigen en groenbemesters zal het een aantal jaren (ca. 1 cyclus) duren voordat een nieuw evenwicht is ontstaan.

Effectiviteit

Verruimen van het bouwplan met granen en groenbemesters is zeer effectief, maar vraagt wel een periode van aanpassing en omschakeling. Uit modelberekeningen en praktijkervaringen blijkt dat een verruiming van het bouwplan op de langere termijn (10 jaar) een minder groot negatief effect heeft op het bedrijfssaldo dan vaak wordt gedacht.

Tips en aandachtspunten

  • Maak bij de keuze van een groenbemester gebruik van het Aaltjeschema.
  • Inzaai na de oogst van granen moet zo vroeg mogelijk gebeuren (voor half september); alleen winterrogge kan nog later worden gezaaid. (Factsheet 21).
  • Het effect van groenbemesters op N-beschikbaarheid is variabel. Meestal resulteert de toepassing ervan in een lichte daling van de benodigde N-bemesting in het volggewas.
  • Werk stro of een groenbemester niet dieper in dan 20 cm! Er moet voldoende zuurstof bij kunnen voor de vertering. Bewerk het materiaal met een schijveneg om inkuilen te voorkomen.
  • Ondergewerkt materiaal met een hoge C/N verhouding (b.v. stro) is moeilijk afbreekbaar en onttrekt N ten koste van het volggewas. Een drijfmestgift kan dit compenseren.
  • Bij het scheuren van grasklaver of luzerne komt veel stikstof vrij, ca. 200 kg per hectare. Houdt daar rekening mee bij de keuze van het volggewas.

Kosten en baten

Economische winst voor de boer wordt behaald doordat een goed uitgedacht bouwplan met voldoende rustgewassen en groenbemesters, een bodemverbeterende maatregel is en leidt tot o.a. reductie in inkoop van (kunst)meststoffen en bestrijdingsmiddelen, maar ook tot meer stabiliteit. Op korte termijn kunnen de inkomsten dalen door een groter aandeel laag salderende gewassen.

Meer informatie

  • www.aaltjesschema.nl
  • www.agrarischwaterbeheer.nl
  • www.kennisakker.nl/teelthandleiding groenbemesters, 2004.
  • Bodemsignalen Roodbont B.V., Louis Bolk Instituut, 2007.
  • Beknopte teeltwijzer luzerne. 2017. CLM en Naturim.
  • Prins, U., M. Zanen, G.J. van der Burgt. 2004. Mestloze akkerbouw. Ekoland 12, 2004.
  • Hospers-Brands, A.J.T.M., G.J.H.M. van der Burgt, L. Janmaat, 2015. Maaimeststoffen in bedrijfs- en ketenverband: Plantaardige meststoffen in de praktijk. 20 p.

Download hieronder de factsheet in pdf

BijlageGrootte
fs_18_diepwortelende_gewassen.pdf131.19 KB
Back to top