Water kan aan de mest worden toegevoegd tijdens het uitrijden of aan de mestopslag. Water van erf en daken mengen in de mestopslag vraagt mestcapaciteit, maar verlaagt ook enigszins de uitstoot van ammoniak uit de stal. Maak zo mogelijk gebruik van regenwater of apart opgevangen erfwater.
Door water bij te mengen neemt het volume toe. Wanneer het volume te groot wordt, kan de mest niet meer netjes worden toegediend, wat juist tot extra emissies kan leiden. Zorg daarom dat de mest gelijkmatig en netjes wordt toegediend. Beperk de totale gift tot 25 m³ voor zodenbemesten en 30 m³ voor sleepvoetbemesting.
Bij grotere hoeveelheden water kan de toevoer van mest naar het perceel via een sleepslangensysteem plaatsvinden. Dat geeft, zeker in het voorjaar, minder risico op structuurschade.
Melkveehouder in de Krimpenerwaard (2020):
‘Ik voeg al vijftien jaar water toe aan de mest: de nutriënten worden beter opgenomen. Daardoor is het ruw eiwit iets bestendiger. Wat betreft de grasopbrengst halen we per snede gemakkelijk 3500 tot 4000 kg droge stof per hectare.’