Drijfmest verdunnen met water (grasland)

Effectiviteit
Toepasbaarheid

Verdun drijfmest met 25% water bij gebruik van een zodenbemester en met 50% bij gebruik van sleepvoeten. Door te verdunnen tijdens het toedienen wordt het werkresultaat van de mesttoediening beter (minder besmeuring) en gaat er onder praktijkomstandigheden minder ammoniak verloren. De stikstof in de mest wordt zo beter benut. Bij gebruik van een sleepvoet is het verdunnen van 1 deel water op 2 delen mest al wettelijk verplicht.

 

Bekijk de factsheet

Water kan aan de mest worden toegevoegd tijdens het uitrijden of aan de mestopslag. Water van erf en daken mengen in de mestopslag vraagt mestcapaciteit, maar verlaagt ook enigszins de uitstoot van ammoniak uit de stal. Maak zo mogelijk gebruik van regenwater of apart opgevangen erfwater.

Waarom?

Inpasbaarheid, kosten en baten in de bedrijfsvoering

Voor het verdunnen van mest met water zijn vaak aanpassingen in de bedrijfsvoering nodig. Bij toevoer van mest via sleepslangen naar de verdeelunit (zodenbemesten of sleepvoeten) is water bijmengen vaak relatief eenvoudig, goedkoop en bevordert het de verpomping. De meerkosten van het toevoegen van water zijn terug te verdienen door een betere benutting van nutriënten en een hogere opbrengst.

Bij gebruik van een mesttank is het bijmengen van water duurder. Het toe te dienen mestvolume neemt toe, waardoor vaker moet worden gereden. Een sterke verdunning, zoals 1:1, lijkt daarom vooral rendabel wanneer via mesttoevoer met sleepslangen naar de verdeelunit wordt gewerkt.

Daarnaast speelt ook de beschikbaarheid van water een rol. In delen van Zuid- en Oost-Nederland is niet altijd voldoende water beschikbaar om mest te verdunnen. Het slaan van grondwaterputten kan een oplossing zijn, maar dit brengt extra kosten met zich mee en vraagt toestemming van het waterschap.