Bovenwettelijke mestopslag

Bovenwettelijke mestopslag

Effectiviteit
Toepasbaarheid

De mestopslag heeft voldoende capaciteit om op het juiste moment te kunnen bemesten. Negen maanden opslagcapaciteit is gewenst. Dit geeft de veehouder voldoende ruimte om ook tussen 1 juli en 1 april niet te bemesten. In het voorjaar kan bemesting tijdens ongunstige weersomstandigheden worden vermeden en in het najaar kan op tijd worden gestopt. Mest alleen uitrijden tijdens de meest gunstige periode voor het gewas draagt bij aan een betere benutting van meststoffen en voorkomt verliezen.

Bekijk de factsheet

Het is slim te investeren in een grotere mestopslag in de vorm van een mestzak, mestkelder of foliesilo (met drijfkleed). Door de opslagcapaciteit te vergroten naar negen maanden kun je op de meest gunstige perioden mest benutten.

Tip: Een mestzak kunt u ook op een verder weg gelegen perceel neerleggen.

Opslaan is mest op het juiste moment inzetten

De wettelijke eis voor mestopslag bedraagt momenteel (2026) zeven maanden. Dit betekent dat mest die vanaf augustus geproduceerd wordt, tot februari moet kunnen worden opgeslagen. Bij een nat voorjaar bestaat het risico dat mest moet worden toegediend bij geringe draagkracht en een verhoogd risico op verliezen naar het oppervlaktewater. Een ruimere mestopslag voorkomt dit.

Door het afschaffen van de derogatie mag minder dierlijke mest worden toegediend. Ongeveer 40 m³ mest is per hectare toegestaan en bij veel weidegang aanmerkelijk minder. Het is van belang om de nog beschikbare mest zo efficiënt mogelijk te benutten. Dat vraagt om op het juiste moment te bemesten en de mest netjes toe te dienen.

Wanneer in een natte periode mest wordt toegediend, kan dit structuurschade en opbrengstverlies geven. Bovendien kan veel neerslag kort na het toedienen leiden tot stikstofafspoeling en een lagere benutting. Bij een volle opslag wordt mest onder minder gunstige omstandigheden toegediend. Voldoende opslagcapaciteit vergroot de mogelijkheid om te wachten op betere omstandigheden.

Daarnaast wordt geadviseerd om op grasland na 1 juli geen dierlijke mest meer uit te rijden omdat de benutting in de eerste helft van het groeiseizoen hoger is. Scan de QR-code voor meer informatie.

Met minimaal negen maanden opslagcapaciteit is het mogelijk om de periode van 1 juli tot 31 maart volledig te overbruggen zonder uit te rijden. Mest die niet meer binnen de gebruiksruimte kan worden uitgereden, moet worden afgevoerd. Met een grotere opslag is de ondernemer flexibeler in het plannen van de mestafvoer. Er kan dan worden gewacht op gunstige marktomstandigheden, wat kosten kan besparen.

Voldoende mestopslag draagt niet alleen bij aan de flexibiliteit in het tijdstip van mesttoediening en -afvoer, maar ook aan een betere stikstofbenutting, lagere verliezen en een efficiëntere bedrijfsvoering.

Tip: Meet voor toedienen de mestsamenstelling om de gift aan te passen aan de behoefte van het gewas en de nalevering van de bodem.

Inpasbaarheid, kosten en opbrengsten

Extra mestopslag brengt aanzienlijke kosten met zich mee. De investering ligt tussen de 20 en 100 euro per m³ opslagcapaciteit, afhankelijk van het type opslag en de aannemer. Tegelijkertijd stijgen de kosten voor mestafzet. Met voldoende opslagcapaciteit kan mest worden afgevoerd op een gunstiger moment, bijvoorbeeld wanneer de afzetprijzen lager liggen. Dit vergroot de flexibiliteit en kan direct kosten besparen.

Daarnaast biedt extra opslag meer ruimte om mest onder goede omstandigheden toe te dienen, vooral in het voorjaar. Dit voorkomt zodebeschadiging, structuurschade en opbrengstderving.

Meer informatie