Het doel van grasgevoerde melkveehouderij is om zo veel mogelijk melk te produceren uit gras en zo min mogelijk krachtvoer aan te kopen. Het hele bedrijfssysteem wordt ingericht op een optimale benutting van gras, lage inputs en gesloten kringlopen. Dit kan bijdragen aan een betere waterkwaliteit, bodemkwaliteit en biodiversiteit. Daarnaast heeft het als doel te voorkomen dat producten die geschikt zijn voor menselijke consumptie als diervoeder worden ingezet.
Er kunnen ook eerste stappen gezet worden zonder meteen het hele bedrijfssysteem te veranderen. Door bijvoorbeeld zo veel mogelijk vers gras te integreren in het rantsoen kan een groot deel van het benodigde eiwit uit gras gehaald worden en is minder aankoop van eiwitrijk krachtvoer nodig. In combinatie met energierijk krachtvoer of bijproducten wordt het eiwit uit gras optimaal benut.
In het voorjaar, wanneer het eiwitgehalte in het gras hoog is, kan door droger in te kuilen een kuil met lagere OEB- en hogere DVE-gehaltes bereikt worden. Hierdoor kunnen stikstofverliezen verder verminderd worden.
Op maaipercelen en op tijdelijk grasland kan productief kruidenrijk grasland ingezaaid worden. Daardoor is besparing op stikstofbemesting (of kunstmeststikstof) mogelijk terwijl nog steeds een hoge opbrengst bereikt kan worden.
Voor weer een stap verder kan gestreefd worden naar zo veel mogelijk vervanging van mais en krachtvoer in het rantsoen door vers gras of graskuil en een zo laag mogelijk kunstmestgebruik. Bij de verschuiving naar een volledig laag-inputsysteem is mogelijk een ander koeras efficiënter. Dit kan worden bereikt door de veestapel te vervangen of in te kruisen met een robuuster koeras. Overgaan naar een voorjaarskalvende veestapel is ook een mogelijkheid om vers gras zo efficiënt mogelijk te benutten, omdat daarmee de grasgroeicurve (aanbod gras) en grasopnamecurve (behoefte veestapel) meer gelijklopen met elkaar over het groeiseizoen.
Tip: Er hoeft niet meteen overgeschakeld te worden naar een volledig grasgevoerd systeem. Een eerste stap kan zijn om na te denken over het graslandgebruik. Kan dit nog efficiënter? Vaak kan door een slimme rantsoenplanning het eiwit uit eigen gras beter worden benut, waardoor al bespaard wordt op krachtvoer.
Lager risico op verliezen
