Akkerbouwer Aart beperkt verliezen met N-mineraalmetingen: “Meten werkt, maar dan moet het ook iets opleveren”

Wie op zandgrond boert, leert vanzelf dat zo min mogelijk stikstof verliezen geen luxe is, maar noodzaak. Op het bedrijf van akkerbouwer Aart Versteeg is dat de normaalste zaak van de wereld. Niet met ingewikkelde teeltsystemen, maar door logisch te kijken naar gewas, bodem en seizoenÉn door te meten.  

Aan de rand van de Veluwe, bij Uddel, runt Versteeg (62) samen met zijn zoon (30) een akkerbouwbedrijf van zo’n 70 hectare. Op het bedrijf op zandgrond, grotendeels pacht, telen ze voornamelijk zetmeelaardappelen, graan en suikerbieten. Door scherp te kijken naar de stikstofbehoefte van het gewas en tijdens en na het teeltseizoen de balans op te maken met een monster, teelt hij al jaren met lage verliezen. Dat lieten ook de N-mineraalmetingen van het DAW op zijn percelen zien. 

 

bult met aardappelen die net geoogst zijn op het land

Bedrijfsvoering onder druk

Akkerbouwgewassen telen in NV-gebieden vraagt om scherpte. De pachtprijzen stijgen hard, terwijl de opbrengsten niet in hetzelfde tempo meegroeien. Tegelijkertijd begrenst de maximale stikstofgift wat je van een perceel kunt halen. “De ruimte om te sturen op opbrengst is beperkt, terwijl je het er het hele jaar van moet doen”, vertelt Aart.  

Volgens Aart werkt het veel beter om niet te redeneren vanuit een bemestingsnorm, maar juist vanuit een verliesnorm. “Als je kunt laten zien dat de stikstof die je geeft netjes wordt opgenomen, dan doe je het goed. Dan kun je meer van het land halen, zonder stikstof te verliezen.” 

Bemesten begint met logisch nadenken

Zijn nuchtere kijk is terug te zien in zijn bemestingskeuzes. “Het is eigenlijk heel simpel. Bemesting begint bij weten wat mag en wat het gewas nodig heeft op welk moment”, vertelt Versteeg. Op zandgrond ligt de maximaal toegestane stikstofgift per hectare relatief laag. “Daarom zoeken we naar aardappelrassen met een lage stikstofbehoefte.” 

Aart stemt zijn bemesting af op de gewasbehoefte. Op zijn aardappelen brengt hij rundveedrijfmest. De trage, gelijkmatige werking van stikstof past bij het groeiverloop van het gewas. Op graan bemest hij vanwege het korte groeiseizoen digestaat met een sleepslangbemester. De akkerbouwer houdt niet van ingewikkelde systemen om zijn bemesting te plannen: “Je moet het op een sigarendoosje kunnen uitrekenen.” 

Bodem op orde

Zonder een goede bodemstructuur, voldoende organische stof en een passende pH is het lastig sturen op stikstof. Zelf vindt Aart werken aan de bodemkwaliteit niets bijzonders. “Je moet je grond niet kapot maken en storende lagen voorkomen.” Hij zaait regelmatig groenbemesters om de bodemstructuur op peil te houden en strooide dit jaar landbouwgips.  

Je kunt veel plannen, maar niet alles sturen

Toch is een jaar met goede opbrengsten en lage verliezen niet alleen het resultaat van een simpele rekensom of een handje groenbemesters. De bodemkwaliteit moet op orde zijn, maar uiteindelijk moet het seizoen ook meewerken. Aart: “Het weer speelt daarin een grote rol. Het gaat niet alleen om stikstof. Heb je voldoende vocht, dan groeit het gewas ook harder.” Bijsturen doet hij alleen als het nodig is, op basis van de bijbemestingsmonsters die hij tijdens de teelt laat nemen. Dat de minerale stikstof aan het einde van de teelt niet was achtergebleven in de bodem, bleek ook uit de N-mineraalmetingen van het DAW. “Het bevestigt wat je doet.” 

Benieuwd hoe jij je bemesting optimaal kunt benutten?

Meten moet ergens toe leiden

Aart ziet het nut in van meten. Het laat in tegenstelling tot rekentools echt zien wat er in de bodem gebeurt. “Het geeft je inzicht, maar wat gaan we ermee doen?”, vraagt de akkerbouwer zich af. Sturen op resultaat werkt volgens hem alleen als goede resultaten ook daadwerkelijk iets opleveren. “Als metingen laten zien dat de verliezen laag zijn, moeten ondernemers daar ook ruimte en vertrouwen voor terugkrijgen”.  

Gerelateerde advies & subsidies