Guido Schriever is gestart als kennismatcher Vollegrondsgroente bij het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer (DAW). Met zijn brede ervaring in de agrarische sector wil hij telers ondersteunen bij de grote opgaven rond waterkwaliteit, bemesting en robuuste teeltsystemen.
Schriever is een ervaren rot in het vak. Hij werkte jarenlang in de toeleverende handel van gewasbeschermingsmiddelen, zaaizaad en meststoffen in de Euregio tussen Limburg, België en Duitsland. In die rol kreeg hij veel te maken met verschillen in wet- en regelgeving. “Wat mij opviel was dat de regelgeving in Duitsland en België vaak praktischer was ingericht voor boeren. Die ervaringen heb ik altijd meegenomen in mijn werk.”
Later maakte hij de overstap naar de belangenbehartiging. “Ik vond dat dat nodig was. Vanuit die rol kwam ik al snel in aanraking met het DAW en bodemadvisering, zoals Bodem-Up.” Volgens Schriever zijn twee onderwerpen cruciaal als het gaat om waterkwaliteit en nitraatuitspoeling: wet- en regelgeving en bemesting. “Zo was ik nauw betrokken bij de introductie van de 0–90 centimeter nitraatresidumeting in Nederland. Die methode werd in België en Duitsland al toegepast. Ik heb me er hard voor gemaakt om die ook hier te introduceren.”
“De plant reageert op wat wij doen”
Vanaf 2017 verdiepte Schriever zich steeds meer in plantfysiologie. “Hoe reageert een plant op de manier waarop wij bemesten en telen? De keuzes die je maakt hebben veel invloed op de hormoonbalans van de plant en daarmee op de weerbaarheid.” Volgens hem moeten telers hun gewassen voorbereiden op een toekomst met minder gewasbeschermingsmiddelen. “Als je het systeem goed inricht, kan een plant zich verrassend snel aanpassen.”
Binnen praktijkprogramma’s wordt daar al mee geëxperimenteerd. Zo liep er een pilot in aardappelen waarin werd gekeken naar een robuuster gewas in combinatie met een lager nitraatresidu. “We zagen dat planten vaak minder mest nodig hebben dan gedacht. Daardoor ontwikkelen ze meer wortels en kunnen ze uiteindelijk zelfs beter produceren.” Ook in andere teelten wordt hiermee gewerkt, zoals prei. In de toekomst volgen mogelijk pilots in gewassen als sla en spinazie.
Grote uitdaging in de vollegrondsgroenten
De rol van kennismatcher voor de vollegrondsgroenten is volgens Schriever hard nodig. “In deze sector spelen grote nitraatvraagstukken. Veel telers denken nog dat gewassen vooral stikstof en regen nodig hebben om goed te groeien.” Daar komt bij dat de belangen groot zijn. “Bedrijven zijn vaak groot, er zijn contractafspraken met supermarkten en er werken veel buitenlandse werknemers. Telers willen zekerheid in hun teelt. Tegelijkertijd vraagt de toekomst om een andere manier van denken.”
Een extra uitdaging is dat groentetelers vaak niet op eigen grond telen. “Het is eigenlijk een rondtrekkend circus. Telers zitten één of twee jaar op een perceel en daarna komt er weer iemand anders. Daardoor krijgt bodemgezondheid niet altijd prioriteit.” Toch ziet hij kansen. “Ook als het niet je eigen grond is, kun je anders telen. En dat kan juist voordelen opleveren.”
Kennis delen in de hele keten
Naast zijn rol als kennismatcher geeft Schriever lezingen door het hele land. “De wil om een toekomstbestendige landbouw te houden is er. Maar het gaat erom dat de kennis gedeeld wordt en dat mensen zich bewust worden van de mogelijkheden.” Die verandering moet volgens hem in de hele keten plaatsvinden. “Niet alleen bij boeren, maar ook bij beleidsmakers, bedrijven en toeleveranciers. Als iedereen hetzelfde verhaal vertelt, kan die transitie echt in beweging komen.”
Plantendokter
Schriever kijkt optimistisch naar de toekomst. “Ik word ook wel eens de plantendokter genoemd,” zegt hij lachend. “Mijn doel is om mijn kennis zoveel mogelijk over te dragen.” Hij hoopt zich de komende jaren nog volop met dit onderwerp bezig te houden. “Over de hormoonbalans van planten is nog veel onbekend. Het moet gaan beklijven dat robuust telen de toekomst heeft. Ik hoop dat er een community ontstaat van mensen die zich verdiepen in plantfysiologie en die kennis verder brengen.”
