Kruidenrijk grasland is grasland dat bewust is ingezaaid met een divers mengsel van grassen, klavers (vlinderbloemigen) en andere kruiden. In plaats van het monotone Engels raaigras, bevat kruidenrijk grasland meerdere plantensoorten met verschillende worteldieptes. Deze variatie zorgt voor een sterke, gezonde grasmat die bijdraagt aan een vitale bodem én schoon water. Anders dan een regulier weiland benut zo’n kruidenrijk perceel de bodem beter: de structuur blijft luchtiger en het grasland is weerbaarder tegen droogte en extreme regen. In dit artikel leggen we uit wat kruidenrijk grasland is, welke voordelen het biedt voor bodem en waterkwaliteit en waarom steeds meer boeren hiervoor kiezen. Ook kijken we naar de impact op biodiversiteit, veegezondheid en melkproductie, ondersteund door praktijkvoorbeelden en recent onderzoek. Dit artikel richt zich primair op productief kruidenrijk grasland en minder op extensief kruidenrijk grasland.
Wat is kruidenrijk grasland?
Kruidenrijk grasland wordt ook wel bloemrijk grasland of graskruidenmengsel genoemd. Het gaat om weiland waarin naast gewone grassoorten (zoals raaigras) ook allerlei kruiden en vlinderbloemigen groeien. Voorbeelden zijn witte en rode klaver, cichorei, smalle weegbree, chicorei, karwij en andere plantensoorten. Deze mengsels worden vaak bewust gezaaid om de biodiversiteit te verhogen en de bodemkwaliteit te verbeteren. Waar een standaardgrasland vaak uit slechts één of twee soorten gras bestaat, kunnen kruidenrijke graslanden tientallen soorten bevatten. Dit is vooral het geval in extensief beheerde varianten.
Belangrijk is het onderscheid tussen extensief kruidenrijk grasland en productief kruidenrijk grasland. Extensieve kruidenrijke weilanden hebben een natuurlijke, soortenrijke samenstelling, krijgen weinig tot geen bemesting en worden laat gemaaid; ze blinken uit in biodiversiteit maar geven een lagere opbrengst. Productieve kruidenrijke graslanden daarentegen worden ingezaaid met productieve grassoorten, klavers en kruiden en intensiever beheerd (vaker maaien, matige bemesting) zodat de opbrengst vergelijkbaar is met regulier grasland. Zo’n “saladebuffet” van complementaire soorten benut natuurlijke processen optimaal: dankzij vlinderbloemigen die stikstof binden, kan met veel minder kunstmest toch een hoge productie gehaald worden. Boeren in droge gebieden merken dat productief kruidenrijk grasland in droge zomers beter standhoudt dan regulier grasland, dankzij de variatie in worteldieptes.
Diep wortelende kruiden verbeteren de bodem
Kruidenrijk grasland heeft een positief effect op de bodemstructuur en bodemgezondheid. De aanwezigheid van verschillende gewassen met uiteenlopende worteldieptes zorgt ervoor dat het bodemprofiel op meerdere niveaus wordt doorworteld. Zo hebben diepwortelende kruiden als cichorei en smalle weegbree wortels die verdichte lagen openbreken, waardoor er meer lucht en water in de grond kan dringen. Dit helpt om bodemverdichting tegen te gaan en creëert een luchtigere, goed doorwortelde bodem. Melkveehouders merken dit effect op compacte gronden: kruiden als cichorei kunnen met hun penwortel de harde lagen doorboren die waren ontstaan door zware machines, waardoor regenwater weer makkelijker de bodem in zakt en wortels dieper kunnen groeien. Een beter doorlatende bodem voorkomt plasvorming en wortelverstikking bij nat weer, én voorkomt uitdroging in droge periodes.
Bovendien stimuleert zo’n divers wortelnetwerk het bodemleven. Regenwormen, bacteriën en schimmels profiteren van de organische stof en voedingsstoffen uit de wortels van verschillende plantenwortels, evenals van de een lossere, luchtigere bodem. In kruidenrijk grasland krijgen bodemorganismen meer zuurstof en voedsel, wat de biologische activiteit vergroot. Wormen graven gangen en mengen organisch materiaal door de grond, wat de vorming van humus en een kruimelige bodemstructuur bevordert. Een rijk bodemleven is cruciaal voor een vruchtbare bodem, omdat het nutriënten recyclet en planten weerbaar maakt tegen ziekten.
Nog een voordeel is de stikstofbinding door klavers en andere vlinderbloemigen in het grasland. Deze planten halen stikstof uit de lucht en slaan dit op in wortelknolletjes, die na afsterven de stikstof aan de bodem afgeven. Hierdoor kan een kruidenrijk weiland zichzelf deels van stikstof voorzien, wat de noodzaak van kunstmest aanzienlijk reduceert. Dit draagt niet alleen bij aan lagere kosten, maar voorkomt ook verzuuring van de bodem door overmatig kunstmestgebruik. Bovendien gaat minder kunstmest in de bodem ook samen met minder risico op uitspoeling van nitraten (wat weer gunstig is voor het grondwater en oppervlaktewater, waarover hieronder meer).
Betere waterhuishouding en schoner water
Een gezond bodemprofiel met diepgroeiende wortels en veel organische stof heeft grote voordelen voor de waterhuishouding. Infiltratie van regenwater verloopt beter in kruidenrijk grasland: het water kan langzaam in de bodem zakken in plaats van weg te stromen over het oppervlak. Dit betekent dat bij hevige neerslag minder run-off ontstaat die meststoffen en modder meevoert naar sloot of beek. Het gevolg is minder uitspoeling van nutriënten en een betere waterkwaliteit in het gebied. De diverse kruidenmat functioneert als een spons die water opneemt en vasthoudt.
Vlinderbloemigen en kruiden wortelen veel dieper dan normaal grasland. Hierdoor kunnen ze in droge periodes water uit diepere lagen van de bodem halen. De betere wateropname en groei in de zomerperiode compenseren de achterstand in groei van de normale grassen.
Niet alleen wordt water beter vastgehouden, ook de kwaliteit van het water dat uit een kruidenrijk perceel wegstroomt, is schoner. Doordat er minder kunstmest nodig is (vanwege stikstofbindende klavers), komt er ook minder overschot aan nitraten in de bodem die uit kunnen spoelen. Minder kunstmestgift betekent minder nitraatuitspoeling naar het grond- en oppervlaktewater. Daarnaast is gevonden dat bepaalde kruiden, zoals smalle weegbree, zelfs de uitstoot van lachgas (N₂O) kunnen verminderen en de nitraatuitspoeling verder beperken. Dit zijn gunstige neveneffecten voor het milieu en sluiten aan bij de doelen voor schoon water.
Een aansprekend praktijkvoorbeeld is het Friese melkveebedrijf van Tjerk en Greet Hof in Oldeberkoop. Zij namen deel aan een DAW-project en maten een zomer lang zelf de waterkwaliteit in de sloot die hun land in- en uitstroomt. Uit de analyses bleek dat het water hun bedrijf even schoon verlaat als het binnenkomt – ze vervuilen niet, maar leveren juist schoon water aan de omgeving. Dit resultaat stemde zelfs het waterschap hoopvol. Een belangrijk onderdeel van hun bedrijfsvoering is kruidenrijk grasland. Kruidenrijk grasland heeft bij deze ondernemers, vanwege het vervallen van de derogatie, een belangrijke rol gekregen in onze bedrijfsvoering, omdat het veel minder bemesting nodig heeft.
Meer biodiversiteit boven- en ondergronds
Een van de meest gehoorde maatschappelijke redenen om kruidenrijk grasland te stimuleren is de verhoogde biodiversiteit. Het spreekt voor zich dat een weiland met verschillende plantensoorten meer biodivers leven aantrekt dan een monocultuur van één grassoort. Bloemrijke graslanden trekken bijen, hommels, vlinders en andere insecten aan die profiteren van het nectar- en stuifmeelaanbod. In raaigrasmonoculturen bloeit weinig, maar met bloeiende kruiden kan er van het vroege voorjaar tot in de nazomer voedsel voor bestuivers aanwezig zijn. Hoeveel voedsel aanwezig is wordt bepaald door de hoeveel en hoe vaak de kruiden in bloei komen, dit is mede afhankelijk van het maaibeleid van de boer.
Boeren die overstappen melden dan ook veel meer insecten op kruidenrijke percelen. Ook akkervogels en weidevogels blijken te gedijen op kruidenrijke percelen, omdat er meer insecten (voedsel voor de kuikens) en schuilmogelijkheden aanwezig zijn. Het resultaat is een levendiger landschap met zoemende insecten en hogere biodiversiteit tot op landschapsniveau. Extensief beheerde kruidenrijke graslanden vormen zelfs kleine ecosystemen op zich, met talloze (ook zeldzame) planten en insectensoorten die in intensief gebruikt grasland niet voorkomen.
Ondergronds vertaalt de grotere botanische diversiteit zich in een rijker bodemecosysteem. Zoals eerder genoemd, levert dat een grotere diversiteit aan schimmels, bacteriën en bodemfauna op. Onderzoek laat bijvoorbeeld een toename zien in de verscheidenheid van springstaarten en mijten naarmate een grasland langer niet is beroerd en diverser is. Ook wordt een hoger aandeel nuttige mycorrhiza-schimmels gevonden, die symbiose aangaan met plantenwortels en de voedselvoorziening van de planten verbeteren. Deze ondergrondse biodiversiteit maakt het systeem veerkrachtiger tegen plagen en ziekten. Insecten bovengronds profiteren eveneens van een kruidenrijk dieet: er komen meer vlinders en ook nuttige predatoren (zoals zweefvliegen en lieveheersbeestjes) die plagen kunnen onderdrukken.
Melkproductie blijft gelijk of stijgt zelfs met kruidenrijk grasland
In een landelijke proefperiode met bijna 1.500 melkveehouders gaf 97% aan dat de melkproductie op kruidenrijk grasland gelijk bleef of steeg. Met andere woorden, boeren hoeven niet bang te zijn dat kruiden hun koeien minder melk laten geven. Belangrijk is wel goed management (voldoende bemesting met dierlijke mest, tijdig maaien/beweiden) om de voederwaarde op peil te houden.
Een slimme eigenschap is dat kruidenrijk grasland meer mineralen en sporenelementen bevat dan monotoon gras. Kruiden als weegbree, chicorei en klavers zijn rijk aan mineralen als magnesium, calcium, zwavel en sporenelementen die in Engels raaigras veel lager voorkomen. Deze extra mineralisatie is gunstig voor de veegezondheid. Er zijn aanwijzingen dat kruidenrijk voer de penswerking bevordert en bijvoorbeeld een iets hogere onverzadigde vetzuursamenstelling in de melk geeft. Hoewel nog verder onderzoek loopt, is gezond ruwvoer een belangrijk pluspunt. Recent onderzoek bij schapen toonde al een forse methaanreductie bij kruidenrijk rantsoen, en bij koeien wordt hier ook naar gekeken.
Een praktisch voordeel is dat klaver in het grasland ook het ruweiwitgehalte in het ruwvoer verhoogt. Daarmee kan krachtvoer worden uitgespaard, omdat het gras-klavermengsel al een hoger eiwitaanbod heeft. Dit past goed bij het streven om meer eiwit van eigen land te halen. Ook de voederwaarde (VEM en DVE) van productief kruidenrijk grasland blijkt vergelijkbaar met die van puur raaigrasland, mits op het juiste moment gemaaid en goed ingekuild. In het WUR/Louis Bolk-onderzoek bleef de voederwaarde qua energie en eiwit gelijk of hoger ten opzichte van regulier gras. Daarbij scoorde kruidenrijk grasland zelfs beter qua mineralengehalten, wat betekent dat koeien een breder pallet aan voedingsstoffen binnenkrijgen.
Praktijk: aanleg, beheer en subsidies
Hoewel de voordelen legio zijn, vraagt kruidenrijk grasland om ander management dan gangbaar grasland. Het aanleggen begint met het kiezen van de juiste percelen: een goede pH (minimaal ~5,2 op zand en ~6 op klei) en een goede bodemstructuur zijn belangrijk. Zaai bij voorkeur in het vroege voorjaar of nazomer in een open zode of na een lichte grondbewerking. Het zaaizaad is duurder dan standaard graszaad, maar via diverse initiatieven en subsidies kunnen boeren korting krijgen op de aanschaf.
Het beheer van kruidenrijk grasland vergt meer aandacht en maatwerk ten opzichte van regulier grasland. Overbemesting moet vermeden worden: te veel stikstof bemesten laat het gras domineren en verdringt de kruiden. Daarom is bemesting met alleen drijfmest of beperkte gift aanbevolen, en kunstmest vaak niet nodig door de klavers. Onkruidbestrijding gebeurt vooral via verstandig maaien en beweiden, want chemische onkruidmiddelen doden ook de gewenste kruiden. Regelmatig maaien houdt het mengsel in balans en voorkomt dat ongewenste soorten gaan domineren. Veel kruiden blijven namelijk niet eeuwig in de zode; periodiek doorzaaien (bijvoorbeeld elke 3-5 jaar) is nodig om de soortenrijkdom op peil te houden. Zeker op productieve kruidenpercelen kan gras na enkele jaren weer gaan overheersen, dus door af en toe opnieuw kruiden bij te zaaien houd je de biodiversiteit op niveau. Extensieve kruidenrijke graslanden vragen minder ingrepen, maar daar is juist verschraling (niet bemesten, laat maaien) de sleutel om de soortenrijkdom te behouden.
Voor boeren die aan de slag willen, zijn er inmiddels online cursussen en adviestrajecten beschikbaar. Het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer biedt bijvoorbeeld een gratis online cursus Kruidenrijk Grasland met stap-voor-stap uitleg over aanleg, beheer, bodemanalyses en bemesting. Ook zijn er demobedrijven en coachingsprojecten (zoals Bodem als Basis) waar collega-boeren kennis en ervaringen delen over kruidenrijk grasland. Via het nieuwe Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) en agrarische natuurbeheerprogramma’s zijn bovendien vergoedingen of ecosubsidies te verdienen voor kruidenrijk grasland, aangezien het bijdraagt aan klimaat, milieu en biodiversiteit. Al met al zijn er volop stimulansen om deze duurzame graslandvorm in de praktijk te brengen.
