Een gezonde bodem levert gezond voer, met gezonde koeien en goede mest als resultaat. De win-win-win-situatie werd de afgelopen maanden in de praktijk getoetst door melkveehouder Henry de Boer.
Het bedrijf van De Boer – 70 melkkoeien met bijbehorend jongvee – ligt in Klarenbeek, vlakbij Apeldoorn. De melkveehouder is aangesloten bij On the way tot PlanetProof. Hij voldoet daarmee aan kwaliteitseisen op het gebied van biodiversiteit, diergezondheid en de bodem. ‘Goed voor je koeien zorgen is belangrijk, maar dat geldt wat mij betreft ook zeker voor de bodem’, vertelt hij. ‘Met de mest uit mijn potstal verhoog ik de organische stof en verbeter ik het watervasthoudend vermogen van de bodem. Met als resultaat dat een aantal perceelkoppen die nogal snel verdroogden er nu een stuk beter bijliggen.’
Op uitnodiging van Heidi Uenk, procesbegeleider van het DAW Impulsproject Vooruit Boeren rondom de Voorsterbeek, nam De Boer vorig jaar deel aan een masterclass over mestkwaliteit. Geïnspireerd door het verhaal van mestdeskundige Peter VanHoof over het belang van goede mest, besloot hij om mee te doen aan het vervolgprogramma ‘Mest- en rantsoenkwaliteit in en gezonde kringloop’. Met als centrale vraag: hoe haal je met een goed doordacht rantsoen meer waarde uit mest, stikstof en koe? De Boer: ‘Ik was nieuwsgierig hoe ik daarop scoorde. Zeker nu met het verdwijnen van de derogatie het optimaal benutten van mest steeds belangrijker wordt.’
Betere penswerking
Als onderdeel van het programma bezocht rantsoenexpert Harm Rijneveld het bedrijf van De Boer. Hij had een paar tips voor de Klarenbeekse melkveehouder: de palmpitten in de brokken voegen niets toe. En om aan het juiste zetmeelgehalte te komen is het verstandig om een deel van de maïs te vervangen door granen. ‘Schijnt beter te zijn voor de penswerking,’ kreeg De Boer als toelichting mee. ‘Aanleiding om daar eens het gesprek over aan te gaan met de voerleverancier. Overigens ben ik voor mijn voer grotendeels zelfvoorzienend. 65 procent van het eiwit haal ik van eigen land. Of er nog wensen voor de toekomst zijn? Misschien zelf nog eens granen gaan verbouwen. Ik heb toch ook stro nodig voor de potstal. We zien wel. Ik doe alles in kleine stapjes. Uiteindelijk is een goede melkproductie draaien het allerbelangrijkst.’
De Boer kreeg als aanvullend advies om een andere mengvolgorde voor zijn voer aan te houden. Maïs pas als laatste bestanddeel toevoegen aan het mengsel van gras, bierborstel, gerst, soja en mineralen, levert een betere mestkwaliteit, licht hij toe. ‘Ik was trouwens zeker niet ontevreden over de kwaliteit van mijn mest. Uit de analyse die is uitgevoerd blijkt dat ik behoorlijk goed scoor. Zowel op uitstoot als op de opname van vezels uit het voer.’ Besluitend: ‘Natuurlijk zijn er altijd verbeterpunten. Zo adviseerde Peter VanHoof bijvoorbeeld om de kalk die ik nu in het boxenstrooisel gebruik te vervangen door steenmeel. Maar ja, steenmeel is twee keer zo duur. Dus ik moet nog bekijken hoe ik dat op een goede manier kan inpassen.’
Tekst: Frank de Olde, Nieuwe Oogst



