Aanmelden mogelijk

Goed gras begint met goed kijken: zo beoordeel je zelf je grasland

Op het eerste gezicht lijkt het gras er goed bij te staan. Maar waar let je eigenlijk op als je de kwaliteit van je grasland wilt beoordelen? Die vraag stond centraal tijdens de veldbijeenkomsten van DAW Krimpenerwaard & Schieland. Met behulp van een eenvoudig schema leerden de deelnemers verschillende grassoorten herkennen en beoordelen. Want wie weet wat er groeit, kan betere keuzes maken voor graslandbeheer, bemesting en opbrengst.

Eerste indruk zegt niet alles

Op het perceel van melkveehouder Leo Kool in Stolwijk klinkt al snel een positief oordeel. ‘Het gras ziet er mooi uit’, wordt opgemerkt. De deelnemers van de eerste studiegroep van DAW Krimpenerwaard & Schieland komen al dertien jaar samen om ervaringen uit te wisselen en van elkaar te leren.

‘Maar waar let je dan eigenlijk op?’, vraagt Sjon de Leeuw, adviseur bij PPP-Agro Advies. De eerste antwoorden volgen snel: glans, kleur, structuur, kruiden en de dichtheid van de zode. Al snel volgen ook de eerste observaties. Het gras oogt lichtgroen, wat volgens Leo verklaarbaar is doordat het perceel na de tweede snede niet meer is bemest. Ook de dichte zode valt op, wat samenhangt met jong maaien.

Een week later gaat ook de boerinnengroep het veld in op het bedrijf van Linda Mulder in Vlist. Onder begeleiding van adviseur Jurian Korevaar (PPP-Agro Advies) beoordelen zij het grasland. Ook daar blijkt dat achter een eerste indruk vaak meer schuilgaat.

Zo leer je grassoorten herkennen

Om te bepalen welke grassoorten op een perceel staan, krijgen de deelnemers een stroomschema van Groeipartners. Daarmee kun je stap voor stap achterhalen welke soort je voor je hebt en of die gewenst is.

Het begint bij het jongste blad van de grasspriet. Komt dat gerold of gevouwen uit de plant? Daarna kijk je naar kenmerken zoals oortjes, een tongetje, ribbels en beharing.

‘Je begint gewoon bovenaan en volgt de vragen’, legt Sjon uit. ‘De eerste keer moet je echt even zoeken naar een tongetje of oortjes, maar als je eenmaal weet waar je moet kijken, kom je vanzelf uit bij de grassoort die je in handen hebt.’

Handige vuistregel: rood of paars voetje

Niet altijd heb je tijd om een volledig stroomschema door te lopen. Gelukkig is er een eenvoudige vuistregel die snel een eerste indruk geeft.

‘Als het gras een rood of paars voetje heeft, dan is het een gewenste soort’, leggen beide adviseurs uit. ‘Heeft de plant geen rood of paars voetje, dan gaat het meestal om een ongewenste soort.’ Op die vuistregel is één belangrijke uitzondering: Timothee. Deze grassoort heeft geen rood of paars voetje, maar hoort wel bij de gewenste soorten.

Je hoeft niet elke grasspriet te bekijken

Met een paar grassprieten kun je dus al een eerste beeld krijgen van de soorten die op je perceel staan. Maar hoe krijg je snel een indruk van het grasland als geheel?

‘Je kunt onmogelijk elk grassprietje bekijken’, zegt Jurian. ‘Het gaat erom dat je een goed beeld krijgt van wat er op je perceel overheerst.’ Volgens hem is het vaak al voldoende om op een aantal plekken in het perceel een vierkante meter te bekijken en daarvan enkele grassprieten te beoordelen.

Een snelle check in het veld

Wil je nog sneller beoordelen hoe je grasland ervoor staat? Dan kun je letten op een aantal kenmerken die veel vertellen over de staat van een perceel.

1. Kijk naar glans

Glans vertelt veel over de kwaliteit van gras. Gras met glans is volgens Jurian vaak een positief signaal.

2. Let op de dichtheid van de zode

De dichtheid van de zode zegt iets over de ontwikkeling van het grasland. Een dichte zode is vaak een positief teken. Er is minder ruimte voor ongewenste grassen en open plekken en het grasland blijft beter gesloten.

3. Controleer de beworteling

De beworteling zegt iets over de kracht van het gras. Ga met je handen als een hark door het gras en trek eraan. Komt er veel gras los? Dan kan dat wijzen op minder gewenste soorten. Goed gewortelde planten blijven vaak steviger zitten en zullen minder snel afsterven in drogere periodes.

4. Kijk naar het gedrag van de koeien

Ook koeien geven informatie. Blijven er veel pollen staan tijdens het weiden? Dan kan dat erop wijzen dat bepaalde grassoorten minder smakelijk zijn.

Zelf aan de slag

Benieuwd welke grassoorten op jouw perceel staan? Gebruik dan hetzelfde stroomschema als de deelnemers van de studiegroepen. Het helpt je om stap voor stap kenmerken van een grasspriet te herkennen en uiteindelijk te bepalen met welke soort je te maken hebt.

Bekijk het schema van Groeipartners hier

Kijk naar het totaalplaatje

De adviseurs benadrukken dat je niet op één kenmerk af moet gaan. Een glanzend perceel kan er goed uitzien, terwijl er toch minder gewenste grassoorten tussen staan. Ook een dichte zode zegt op zichzelf niet alles over de kwaliteit van het grasland.

‘Het gaat altijd om het totaalplaatje’, legt Jurian uit. ‘Door te letten op glans, beworteling, de zode én de grassoorten die aanwezig zijn, krijg je een veel beter beeld van wat er op je perceel gebeurt.’

Het stroomschema in de praktijk

In Stolwijk blijkt op een deel van het perceel kweek te groeien. ‘Dat is een minder gewenste soort, omdat de voedingswaarde en smakelijkheid afnemen naarmate het gras ouder wordt’, legt Sjon uit. ‘Jong maaien of beweiden kan helpen om andere soorten meer ruimte te geven’, luidt zijn advies.

Verderop op hetzelfde perceel staat juist veel Engels raaigras. Het verschil laat zien dat de samenstelling van grasland zelfs binnen één perceel sterk kan verschillen.

Ook in Vlist wordt het schema direct toegepast. Een grassoort die op het oog lastig te herkennen is, blijkt na het doorlopen van het schema witbol te zijn. Het onderstreept hoe lastig het kan zijn om grassoorten alleen op zicht te beoordelen en waarom een eerste indruk niet altijd voldoende is.

Wat kun je met die kennis?

Het herkennen van grassoorten is geen doel op zich. Uiteindelijk gaat het erom wat je met die informatie doet. ‘Het is niet moeilijk om goed grasland te creëren, de uitdaging is om goed grasland te behouden’, benadrukt Sjon. De kennis over welke grassoorten aanwezig zijn, helpt bij keuzes over doorzaaien, herinzaai, maaien of beweiden, graslandverbetering en de keuze van een grasmengsel.

Tijdens de bijeenkomst in Vlist komt bijvoorbeeld wiedeggen ter sprake. ‘Daarbij worden ongewenste grassen verwijderd, zodat gewenste soorten meer ruimte krijgen’, legt Jurian uit. ‘Doorzaaien kan vervolgens helpen om die soorten terug te brengen.’ Linda herkent dat uit de praktijk. ‘Wij wiedeggen ook. Dan trekken we best veel los’, vertelt ze.

Ook het gebruik van een perceel speelt mee. Een maaiperceel vraagt soms om andere grassoorten dan een perceel dat vooral wordt beweid. ‘Het is daarom verstandig om vooraf na te denken over het gebruik van een perceel op langere termijn’, adviseert Sjon.

Samen leren in de praktijk

De waarde van de studiegroepen zit niet alleen in de uitleg van de adviseurs. Deelnemers delen ervaringen, stellen vragen en leren van elkaar. Dat levert praktische inzichten op die direct toepasbaar zijn op het eigen bedrijf. Daarnaast is er ruimte voor gezelligheid. Juist die informele sfeer maakt het makkelijk om kennis en ervaringen uit te wisselen.

Doe ook mee

Wil je ook meer grip op bemesting, voer en bodem en tegelijk werken aan lagere verliezen en betere resultaten? Dit jaar breiden de studiegroepen in de Krimpenerwaard en Schieland uit. Door deel te nemen werk je samen met collega-melkveehouders aan je eigen bedrijfsvoering. Je leert van elkaar, stuurt bij op basis van cijfers en ziet wat kleine aanpassingen kunnen opleveren. Meer informatie en aanmelden via info@agrarischwaterbeheer.nl

Gerelateerde projecten