drone in grasland

Innovatie en samenwerking sleutel voor rendabele duurzame maisteelt

De ontwikkelingen op het gebied van niet-chemische onkruidbestrijding gaan snel en bieden perspectief voor een duurzamere maisteelt. Hoewel mechanische onkruidbestrijding vaak nog kostbaarder en arbeidsintensiever is dan chemische alternatieven, zorgen technologische innovaties voor nieuwe mogelijkheden. Nieuwe vormen van samenwerking tussen veehouders en loonwerkers zijn nodig om de kansen van deze technieken te benutten en ze breed toepasbaar te maken in de maisteelt.

Dit waren enkele conclusies van de op 4 juni gehouden Praktijkdag Duurzame Maisteelt op Agro-innovatiecentrum De Marke. De toekomst van de snijmaisteelt stond centraal, met aandacht voor bodemgezondheid, doelsturing, emissiereductie, praktische innovaties en demonstraties. Het initiatief voor de dag kwam van Waterschap Rijn en IJssel en De Marke, die samen  met VK-Oost de organisatie op zich namen. De dag werd mede mogelijk gemaakt door het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer en Experimenteerlocatie Oost-Nederland.

Innovaties bieden perspectief

Harry Roetert van Agro-innovatiecentrum De Marke: “De ontwikkelingen op het gebied van niet-chemische onkruidbestrijding volgen elkaar in hoog tempo op. Innovaties zoals cameratechnologie en kunstmatige intelligentie voor onkruidherkenning, zelfrijdende apparatuur, laserwieders, zeer nauwkeurig werkende zaaimachines en plaats-specifieke injectie van meststoffen bieden veel perspectief. Verdere doorontwikkeling en onderzoek blijven noodzakelijk om deze technieken efficiënter, rendabeler en breder toepasbaar te maken. De centrale vraag is welke van deze technieken de komende jaren ook economisch rendabel toepasbaar zullen zijn binnen de maisteelt.” Daarnaast is het volgens Roetert van belang om te bepalen welke partijen hierin kunnen en willen investeren.

Sleutelrol voor loonwerkers

Voor de maisteelt in de Achterhoek, met relatief kleine en verspreid liggende percelen, spelen loonwerkers naar verwachting een sleutelrol. “Om de kansen van deze nieuwe technieken optimaal te benutten, zijn mogelijk nieuwe vormen van samenwerking tussen veehouders en loonwerkers nodig. Binnen de Experimenteerlocatie Oost-Nederland willen we deze vraagstukken de komende jaren verder onderzoeken en samen werken aan toekomstbestendige oplossingen voor de praktijk. Ook regeneratieve teeltmethoden zijn interessant om verder te onderzoeken. Ook dat vraagt deskundigheid en volop aandacht voor de teelt, oftewel: werk voor teeltdeskundigen.”

Minder afhankelijk van gewasbeschermingsmiddelen

Laurens Gerner van Waterschap Rijn en IJssel geeft aan dat vanuit het waterschap een belangrijk leerdoel van deze dag was hoe we minder afhankelijk kunnen worden van gewasbeschermingsmiddelen en de bodemgezondheid kunnen verbeteren. “Ook vanuit de maatschappij staat het gebruik van chemie steeds meer onder druk. Het is dus goed om methoden en technieken te laten zien waarmee het met minder of zelfs geen gebruik van gewasbeschermingsmiddelen kan.”

“Wij schakelden vijf jaar geleden om en tot nu toe valt de snijmaisteelt niet tegen wat betreft opbrengst en kwaliteit.”

Praktijkervaringen uit de biologische maisteelt

Tijdens de praktijkdag vertelde biologisch melkveehouder Niek Heijink uit Aalten over zijn ervaringen met biologische snijmaisteelt.
“Wij schakelden vijf jaar geleden om en tot nu toe valt de snijmaisteelt niet tegen wat betreft opbrengst en kwaliteit. Onze loonwerker beschikt over een schoffel waarmee hij door de mais gaat. Sommige jaren was één of twee keer schoffelen voldoende, maar dit jaar is dat door het groeizame weer vaker nodig.” De melkveehouder geeft ook aan dat de onkruiddruk op zijn percelen relatief meevalt, mede doordat de onkruiddruk op aangrenzende percelen van gangbare boeren laag is. De presentatie van Geert Stevens, onderzoeker op De Marke, sloot deels aan bij het verhaal van de melkveehouder. “Mechanische onkruidbestrijding is sterk tijdsgebonden en met een wiedeg ben je erg weersafhankelijk. Een loonwerker moet eigenlijk altijd startklaar staan. Biologische maistelers hebben geen keuze, maar voor gangbare telers is mechanische onkruidbestrijding vaak nog te duur. Het saldo speelt hierbij een cruciale rol.”

Innovaties in het veld

Een belangrijk onderdeel van de praktijkdag was de velddemonstratie op een maisperceel van De Marke. Bezoekers konden onder meer een FarmDroid bekijken, een zaai- en onkruidrobot die met een nauwkeurigheid tot 8 millimeter kan zaaien.
Daarnaast werden een wiedeg, schoffel en een drone voor onder meer onderzaai in mais gedemonstreerd. Ook konden bezoekers kennismaken met een mulchfrees en een mulch-, spit- en zaaicombinatie, waarbij alle drie de bewerkingen in één werkgang worden uitgevoerd. Verder werd een drone getoond die groenbemesters en vanggewassen vanuit de lucht kan inzaaien, met een capaciteit van circa 4 tot 6 hectare per uur.

“Door zorgvuldig te bemesten en een goed vanggewas te zaaien, stijgt de stikstofbenutting. Rijenbemesting in mais kan resulteren in wel 25 procent hogere stikstofefficiëntie en daarmee een hogere drogestofopbrengst.”

Hogere stikstofbenutting

Efficiënte bemesting en aandacht voor een goed vanggewas zijn beide nodig voor een hogere stikstofbenutting in mais. Dat was de kern van de presentatie van Wim van Dijk van Wageningen University & Research.
“Door zorgvuldig te bemesten en een goed vanggewas te zaaien, stijgt de stikstofbenutting. Rijenbemesting in mais kan resulteren in wel 25 procent hogere stikstofefficiëntie en daarmee een hogere drogestofopbrengst.” Efficiënt bemesten betekent volgens Van Dijk bemesten met aandacht voor het juiste moment, de juiste dosering, de juiste meststoffen en de juiste plaats. “Bemest niet meer dan 140 kilogram werkzame stikstof per hectare en houd rekening met de stikstofnalevering van gewasresten en het vanggewas. Houd ook rekening met de stikstofnalevering op gescheurd grasland. In die situatie is dierlijke mest vaak niet nodig. Daarnaast dragen een optimale bodem- en gewasverzorging, voldoende vocht en gewasrotatie bij aan een hogere stikstofopname.”


Minder milieubelasting

Marith Eigenraam en Winnie Henderson van CLM Onderzoek en Advies gingen tijdens de praktijkdag in op de Milieumeetlat. Deze geeft inzicht in de milieubelasting van alle in Nederland toegelaten gewasbeschermingsmiddelen en maakt het mogelijk om middelen onderling te vergelijken. Met milieubelastingspunten wordt het effect op oppervlaktewater, bodemleven en grondwater inzichtelijk gemaakt. Eigenraam: “Er ligt potentie bij het verminderen van herbiciden in de maisteelt door bijvoorbeeld mechanische onkruidbestrijding, rijenspuiten of spotspraying. Ook het mechanisch onderwerken van groenbemesters kan bijdragen aan een lagere inzet van glyfosaat. In de praktijk is dit echter vaak lastiger inpasbaar dan chemische bestrijding vanwege de hogere kosten, extra arbeid en de grotere weersafhankelijkheid.”

Conclusie van de dag is dat op De Marke, net als door vele andere agrariërs en loonwerkers, al jaren wordt aangetoond dat er wel degelijk mogelijkheden op het gebied van duurzame maisteelt zijn die in de praktijk goede resultaten opleveren.  De Praktijkdag Duurzame Maisteelt liet ook zien dat samenwerking tussen praktijk, onderzoek en beleid belangrijk is voor verdere verduurzaming van de maisteelt. Innovaties, kennisdeling en praktische demonstraties boden deelnemers concrete handvatten én inspiratie.