trekker met giertank - nitraatweerbericht
Resultaten bekend

Nitraatweerbericht van februari

Telers handvaten geven om de kunnen sturen op duurzamer en efficiënter stikstofgebruik. Dat is in de inzet van het Nitraatweerbericht, dat de Limburgse Land- en Tuinbouwbond (LLTB) en DAW hebben geïntroduceerd. Het Nitraatweerbericht is een waardevol hulpmiddel dat boeren ondersteunt bij het optimaliseren van hun bemestingsstrategieën.

Door de driewekelijkse N-mineraalmetingen (N-min metingen) op 25 Limburgse percelen kunnen boeren slimmer omgaan met stikstof, kosten besparen en de opbrengst van gewassen verhogen.

Let op: De meetresultaten in het Nitraatweerbericht zijn gebaseerd op Limburgse percelen en weersomstandigheden. De inzichten zijn daarom indicatief voor andere regio’s in Nederland. Houd in andere gebieden rekening met lokale verschillen in bodemtype, neerslag en teelt.

Nitraatweerbericht van februari

Dit is het eerste nitraatweerbericht van 2026. Hierin kijken we terug naar de laatste metingen van 2025 en de eerste van 2026. Er wordt in beeld gebracht wat de ontwikkeling was van de minerale bodemstikstof in de periode oktober 2025 tot begin februari 2026.

Weersomstandigheden

2025 was, zeker in vergelijking met de twee jaren daarvoor, een droog jaar met veel zon. December 2025 was zelfs extreem zacht totdat het vlak voor kerst ging vriezen gecombineerd met een stevige, koude wind. Behalve zacht was het ook droog. Januari 2026 was juist kouder dan gemiddeld, vooral in Noord-Limburg met lokaal strenge vorst. Zowel Noord- als Zuid-Limburg hebben te maken gehad met sneeuw. Toen de dooi inviel heeft het veel geregend. Januari was dus nat in Noord-Limburg (tot 95 mm in Gennep) terwijl tussen Roermond en Echt slechts tussen de 30 en 40 mm is gevallen. Ook Zuid-Limburg was vrij droog met circa 45 mm neerslag. (Bron: Meteo-Limburg).

Door de relatief lage neerslaghoeveelheid tijdens de winterperiode is minder minerale stikstof naar diepere bodemlagen verplaatst of uitgespoeld. In Noord-Limburg, en vooral op de lichte zandgronden, kan zelfs bij relatief weinig neerslag uitspoeling plaatsvinden. Dit kan voorkomen worden door de teelt van een goed vanggewas. In de periode in januari met heel veel neerslag zal in Noord-Limburg zeker minerale stikstof zijn uitgespoeld.

Wanneer vorstgevoelige vanggewassen (bijvoorbeeld Japanse Haver of gele mosterd) zijn geteeld zijn deze door de vorst grotendeels afgestorven. Bij toenemende temperaturen en/of grondbewerking kunnen deze gewasresten gaan mineraliseren en leiden tot een toename van de minerale stikstofvoorraad.

Resultaten referentiepercelen

In 2025 is op 25 referentiepercelen, verdeeld over de provincie, N-mineraal gemeten in een driewekelijkse cyclus. De resultaten van deze metingen zijn verschenen in diverse Nitraatweerberichten.

In onderstaande grafieken is van een aantal gewassen, die in 2025 geteeld zijn, weergegeven hoeveel minerale stikstof er nog aanwezig is in februari in de lagen 0-30 cm, 30-60 cm en 60-90 cm.

De grafieken geven het gewas van teeltjaar 2025 weer (in de titel), de verschillende percelen en grondsoort en daarbij ook het gewas wat in 2026 geteeld zal worden. Wat opvalt is dat beschikbare voorraden in februari vrij hoog kunnen zijn. Houd met het uitvoeren van de bemesting daar rekening mee. Zo kan overwogen worden om op lössgrond met een voorraad van ruim 80 kg N/ha in de laag 0-60 cm de gebruikelijke startgift van 80 kg N/ha voor de wintertarwe achterwege te laten of te beperken tot circa 30 kg wanneer de N-mineraal zich vooral in de laag 30-60 cm bevindt. Daarmee wordt naast voorkomen van mogelijk verlies ook bespaard op kosten voor kunstmest.

Ook na uien worden nog vrij hoge minerale stikstofvoorraden aangetroffen van 100 tot 150 kg N/ha. Houd hier rekening mee bij de bemesting voor de teelt van 2026! Behalve de hoogte van de gift is ook de timing van bemesting in relatie tot zaai- en plantdatum van belang. Geef een snelwerkende dierlijke mest zoals varkensdrijfmest of een kunstmest zo kort mogelijk voor zaaien en planten. De snel beschikbare minerale stikstof kan bij te vroege toediening bij te veel neerslag al verdwenen zijn voordat het gewas er wat aan heeft.

Om zeker te weten welke situatie zich voordoet op jouw eigen percelen is het noodzakelijk om voor de teelt een Nmin-monster te laten nemen en hier bij de bemesting rekening mee te houden. Is er al dierlijke mest toegediend dan moet er minimaal 6 weken gewacht worden voordat een goed monster genomen kan worden. Houd in ieder geval ook rekening met het vermogen van het perceel om stikstof te leveren. Schakel bij twijfel een adviseur in.

Bekijk de grafieken op de LLTB-website

De laatste week van november is op de meeste percelen voor de tweede keer een Nmin-monster genomen tot 90 centimeter diepte, net als 6 weken daarvoor. De periode van 15 oktober tot 1 december is ook de periode waarin op 1000 andere percelen een Nmin-monster genomen is. Door op deze 25 referentiepercelen aan het begin en het eind van deze periode een monster te nemen, hopen we in beeld te krijgen wat de variatie binnen deze periode is.

In onderstaande grafieken zijn de driewekelijkse Nmin (0-30) uitslagen weergegeven, en de laatste twee momenten zijn de Nmin (0-90) uitslagen. De laag 0-30 cm is blauw, 30-60 cm is oranje en de laag 60-90 is in groen weergegeven. Bij de metingen van april tot en met september hebben we niet dieper dan 30 cm gemeten, wat niet wil zeggen dat in de laag 30-90 cm geen nitraat aanwezig was.

Bekijk de uitgebreide resultaten op de website van de LLTB.

Afgelopen seizoen hebben we iedere drie weken een Nmin-monster, in de laag 0-30 centimeter, genomen op de 25 referentiepercelen voor het Nitraatweerbericht. In de tweede week van oktober is op alle percelen een monster genomen tot 90 centimeter diepte, met een uitsplitsing van de lagen 0-30, 30-60 en 60-90 centimeter.

Dit was meteen de aftrap van de grotere Nmin-campagne die we als LLTB uitvoeren, waarin we 1000 Limburgse percelen laten bemonsteren in de periode van 15 oktober tot 1 december.

De uitslag van deze meting geeft de hoeveel stikstof (in de vorm van nitraat) weer die nog aanwezig is in de bodem. Omdat deze stikstofvorm uitspoelingsgevoelig is, is het van belang om te sturen op een lage Nmin-uitslag in het najaar. Dit voorkomt verlies van waardevolle stikstof en vermindert de nitraatuitspoeling naar het grondwater.

De streefwaarde voor de Nmin-uitslag verschilt per grondsoort, vanwege de verschillen in bodemkarakteristieken en de snelheid waarmee nitraat uitspoelt.  Voor de zandgrond hanteren we een streefwaarde van 50 kg N/ha en voor klei- en lössgrond 80 kg N/ha (in de laag 0-90), mits de juiste maatregelen worden genomen om de beschikbare stikstof vast te leggen. Deze streefwaardes zijn afkomstig van de WUR. In Nederland is er ook steeds meer aandacht voor Nmin-monsters en wordt nog door verschillende instanties gekeken naar passende streefwaardes voor de Nederlandse omstandigheden.

In de grafieken zijn de driewekelijkse Nmin (0-30) uitslagen weergegeven, met op 13 oktober de uitslag van de meting tot 90 centimeter diepte. De laag 0-30 centimeter is blauw, 30-60 centimeter is oranje en de laag 60-90 is in groen weergegeven. De vorige metingen hebben we dus niet dieper dan 30 centimeter gemeten, wat niet wil zeggen dan in de laag 30-90 centimeter geen nitraat aanwezig was.

Bekijk de uitgebreide resultaten op de website van de LLTB.

Alle percelen zijn weer bemonsterd in de vierde week van september. Ondertussen zijn steeds meer percelen geoogst en is bij een deel een groenbemester ingezaaid. Deze activiteiten lijken bij sommige percelen de hoeveelheid nitraat die we meten te beïnvloeden. Waarschijnlijk hebben het rooien of bodembewerkingen na oogst een stimulerende werking op de mineralisatie, zeker met het relatief warme najaar.

Op al deze percelen wordt bij de volgende meting een monster op 0-90 cm diepte genomen, met een uitsplitsing tussen de lagen 0-30, 30-60 en 60-90 cm. Deze Nmin-meting is een belangrijke meting na het groeiseizoen om de stikstofbenutting gedurende de teelt te evalueren.

Bekijk de uitgebreide resultaten op de website van de LLTB.

Op 1 september zijn de percelen weer bemonsterd. Bij de meeste percelen zien we nog een dalende lijn in de hoeveelheid stikstof die we meten. Dat is ook nodig om in november met een lage Nmin meting (0-90 cm) te eindigen.

Op steeds meer percelen is de stikstofopname door het gewas echter gestopt of is het gewas al geoogst. In deze periode kan de mineralisatie in de bodem nog doorgaan, met een risico dat de vrijkomende stikstof uitspoelt als er geen passende maatregelen genomen worden.

Een vanggewas kan nitraatuitspoeling, en verlies van waardevolle stikstof, beperken door deze op te nemen en vast te leggen. Dit komt het volgende seizoen weer deels beschikbaar. Hoe eerder het vanggewas gezaaid wordt, hoe meer stikstof er nog vastgelegd kan worden.

Voor meer tips over vanggewassen en groenbemesters, zoals de groenbemestersoorten, effect op bodemstructuur of aaltjes en de voordelen van groenbemestermengsels, kijk op de website van Handboek Groenbemesters.

Bekijk de uitgebreide resultaten op de website van de LLTB.

Op 11 augustus zijn alle percelen weer bemonsterd. In de periode ervoor zijn er geregeld kleine buien gevallen, al overheerst de droogte.

Veel gewassen zijn in een stadium dat ze weinig stikstof meer opnemen. De hoge temperaturen, met af en toe neerslag houden de bodemmineralisatie echter wel op gang.

Op percelen waar de stikstofopname door het hoofdgewas nu is gestopt, of waar al geoogst is, maar waar de hoeveelheid stikstof nog vrij hoog is, is het belangrijk om een goede groenbemester of vanggewas te telen om de stikstof vast te leggen.

Bekijk de uitgebreide resultaten op de website van de LLTB.

Afgelopen weken is eindelijk weer geregeld regen gevallen. In combinatie met de zomerse temperatuur hebben de gewassen zich afgelopen weken flink kunnen ontwikkelen. We zien op meerdere percelen terug dat de hoeveelheid stikstof gedaald is als gevolg hiervan. We zien ook percelen waar de opname lager ligt dan de mineralisatie, met hogere uitslagen als gevolg, zonder dat er nog bemest is.

Bekijk de uitgebreide resultaten op de website van de LLTB.

Afgelopen drie weken hebben we verschillende uitersten gezien in het weer, van hele hete dagen, tot plaatselijk sterke buien. Ondanks de buien is het zeer droog op de meeste percelen. De droogte heeft ook invloed op de Nmin-cijfers. We zien op een aantal percelen een opleving van de hoeveelheid stikstof die we meten, vaak meer dan dat er bijbemest is. Stikstofmineralisatie wordt onder andere beïnvloed door vocht (door beregening of een plaatselijke bui), warmte en activering van het bodemleven door de groeiende plant. Plantenwortels scheiden wortelexudaten uit, die onder andere suikers, aminozuren organische zuren bevatten. Deze stoffen voeden het bodemleven, zoals bacteriën en schimmels. Door deze stimulans van de microbiële activiteit neemt de omzetting van organisch gebonden stikstof naar beschikbare vormen (zoals ammonium en nitraat) toe. Na droogte worden meer wortelexudaten uitgescheiden dan onder normale omstandigheden, wat tot een extra vrijgave van voedingsstoffen leidt. Daarnaast sterft een deel van het bodemleven af tijdens droogte, waardoor stikstof vrijkomt.

Het warme weer heeft ook tot stijgende bodemtemperaturen geleid, zeker op de zandgronden, maar ook de lössgrond is flink opgewarmd.

Dus wanneer en voldoende regen valt of beregend wordt, zijn dit ideale omstandigheden voor stikstofmineralisatie. Bij de onderstaande cijfers zien we de hoeveelheid stikstof uit nitraat en ammonium die we meten in de bouwvoor (0-30 cm), wat we niet meten is de hoeveelheid stikstof die is vrijgekomen, maar al opgenomen is door het gewas. Lage cijfers willen dus niet per definitie zeggen dat er geen stikstof beschikbaar is voor het gewas.

Bekijk de uitgebreide resultaten op de website van de LLTB.

In de afgelopen periode  eind mei – half juni liepen de temperaturen op. Er waren dagen bij van 25 graden en meer. Ook is in deze periode de nodige neerslag gevallen. Ideale omstandigheden voor de mineralisatie in de bodem.

Ook zien we dat de gewassen flink aan het groeien zijn. Er komt dus stikstof vrij in de bodem en dat kan direct worden opgenomen door het gewas.

Bekijk de uitgebreide resultaten op de website van de LLTB.

Op 22 mei is op alle referentiepercelen weer een N-minmonster genomen. De resultaten laten steeds grotere verschillen zien tussen de gewassen, terwijl we binnen gewassen vaak dezelfde trends zien.

Bekijk de uitgebreide resultaten op de website van de LLTB.

Op 1 mei zijn de percelen weer bemonsterd en geanalyseerd op ammonium (NH4+) en nitraat (NO3) gehalte. We zien bij meer dan de helft van de percelen het nitraatgehalte stijgen, met name de percelen die bemest zijn, waarschijnlijk door het verder vrijkomen van stikstof uit de bemesting, maar ook stikstofmineralisatie in de bodem die gestimuleerd wordt door de bodembewerking.

Bekijk de uitgebreide resultaten op de website van de LLTB.

Het eerste nitraatmonster is gestoken op de 23 deelnemende referentiepercelen, hiermee start dan ook ons periodieke Nitraatweerbericht. Het komende jaar wordt hier iedere drie weken een monster gestoken, waarmee we een goed beeld proberen te krijgen van de ontwikkeling van de minerale stikstof in de bodem gedurende het groeiseizoen.

Op enkele percelen is al mest uitgereden, wat resulteert in hogere Nmin-waardes dan de niet bemeste percelen. Met name de NH4+ concentratie neemt snel toe na aanwenden van dierlijke mest. Daarnaast komt de stikstof die opgeslagen zit in de ondergewerkte groenbemester langzaam vrij, wat ook bijdraagt aan de gemeten Nmin-waardes. In combinatie met de bemesting, waardoor de C/N ratio veranderd, zal de stikstof nog sneller vrijkomen uit de biomassa.

Op verschillende percelen hebben ze onder goede omstandigheden al kunnen zaaien op planten, of gaan ze dit komende weken doen. Komende weken zullen we zien hoe de langzaam opkomende gewassen en verdere mineralisatie in de bodem de Nmin-waardes beïnvloeden.

Bekijk de uitgebreide resultaten op de website van de LLTB.

 

 

Het belang van inzicht in stikstof

De bodem en de bodemprocessen, zoals mineralisatie en denitrificatie, zijn nog een grote onbekende bij het opstellen van een bemestingsplan. Hoe meer we weten van de bodem, hoe beter de bemesting hier op aangepast kan worden. Dit inzicht kan helpen om te komen tot een efficiëntere bemesting, lagere kosten en minder uitspoeling van nutriënten naar grond- en oppervlaktewater.

Met de inzet van N-mineraalmetingen op de 25 demopercelen, waarbij driewekelijks de stikstofstatus wordt beoordeeld en geanalyseerd, wordt waardevolle informatie verzameld. Deze gegevens worden gebruikt om bemestingsplannen te optimaliseren, wat niet alleen bijdraagt aan een beter rendement, maar ook aan een vermindering van uitspoeling van stikstof en fosfor naar het milieu.

Nitraatweerbericht: Praktische kennisdeling

Op basis van deze de metingen wordt via het Nitraatweerbericht toelichting gegeven op de bodemprocessen en advies gegeven hoe hier op ingespeeld kan worden met de bemesting. Op de meetpercelen wordt een breed spectrum aan gewassen geteeld: van aardappelen en suikerbieten tot mais en uien. De bodemadviseurs van het Regionale Bodemteam van het DAW analyseren de metingen en geven in ieder Nitraatweerbericht tips per gewas.
Het doel? Het vergroten van bewustwording en kennisdeling over de N-min metingen en het belang van een goede bemestingsstrategie voor verschillende teelten, bodemsoorten en weersomstandigheden.

Met het Nitraatweerbericht werken we aan een toekomstbestendige landbouwsector waarin stikstof efficiënter wordt benut. Dit zorgt niet alleen voor lagere kosten en hogere opbrengsten, maar ook voor een positieve impact op het milieu.

Gerelateerde regiocoördinatoren