Vanggewassen doen duidelijk hun werk.
Wil je meer weten over het N-naleverendvermogen van jouw groenbemester of vanggewas?
Belangrijkste advies
Wil je nu nog bemesten, in vollegrondsgroentegewassen indien volgens de wet toegelaten, kies dan een nitraatarme meststof of bemest in meerdere kleine giften. Dit beperkt uitspoeling.
Aanmelden voor gratis Nmin-metingen via WaterWinst kan nog tot 15 oktober. Doe dat via deze link.
Deze week in het veld
Doe dit
– Maak een inschatting van de hoeveelheid N die door het vanggewas of de groenbemester is opgenomen en in het voorjaar weer vrijkomt. Houd hier rekening mee in het bemestingsplan.
– N, die in het voorjaar weer vrijkomt, hoeft niet extra gestrooid te worden.
Let op
– Een groenbemester of vanggewas heeft de grootste N-opname in augustus en september. Daarna gaat de opname omlaag.
Voorkom
– Het gebruik van nitraatrijke meststoffen in het najaar (vollegrondsgroente).
Weer en bodem: wat zien we?
– Wisselvallig weer met plaatselijk wat grotere neerslaghoeveelheden
– Langverwachte regenval zorgde voor verlichting bij de inzaai van vanggewassen
– Regen nog niet voldoende om de ondergrond duurzaam met water te verzadigen
– September nog warm en de mineralisatie in de bodem gaat door
Gewas in beeld
Suikerbieten
Stikstofvoorraden in de grond zitten op een laag niveau.
Uien
Het rooien kan de mineralisatie tijdelijk stimuleren, vooral bij warm en vochtig weer. Zaai daarom het vanggewas tijdig na het rooien in, zodat vrijkomende stikstof optimaal wordt benut.
Mais & Aardappelen
De Nmin-waardes gaan langzaam omhoog. De stikstofopname van de planten is al een maand gestopt, maar in de bodem vindt nog mineralisatie plaats. Dit zorgt voor een toename van minerale N in de bodem.
Deze metingen laten zien dat de voorjaarsbemesting maar mogelijk ook een hoger stikstofleverend vermogen nog tot ver in september de stikstofdynamiek in de bodem kan beïnvloeden. Perceel 28 is hier een mooi voorbeeld van.
Werd in het voorjaar vaste mest toegepast, komt de stikstof meestal pas laat beschikbaar. Dit kan later zijn dan dat jouw hoofdteelt de grootste N-opname heeft gehad. Met een vanggewas kun je een deel van de stikstof in de bodem houden voor de volgteelt. Wil je weten hoeveel kilogram N de groenbemester heeft opgenomen? Klik dan op deze link.
Circa de helft van de opgenomen N kan in een volgend jaar vrijkomen en weer beschikbaar zijn voor de volgteelt.
Tabel: N-inhoud van verschillende groenbemesters bij de weergegeven gewashoogte (bron: Handboek Bodem en Bemesting)
Granen
Zijn de groenbemesters tijdig gezaaid en mooi opgekomen, dan zien we een duidelijke N-opname zoals bij perceel 23. De 80 kilogram N blijkt voor een groot deel door de half augustus gezaaide gele mosterd opgenomen te zijn. Op 22 september bleek de groenbemester circa 70 centimeter hoog te zijn. In de tabel kunnen we aflezen dat de gele mosterd dan circa 70 kilogram heeft opgenomen.
Bij een te hoge N-gift in augustus zal de groenbemester minder instaat zijn om nog alle N op te leggen. Hier bestaat risico op uitspoeling bij nat weer.
Er geldt altijd, hoe langer een groenbemester of vanggewas staat, hoe meer stikstof gevangen kan worden en uitspoeling voorkomen kan worden
Grasland
Over het algemeen wordt verwacht dat bij graszoden een hoog N-residu gevonden wordt. Hier zien we een ander beeld. De graszoden worden met kleine intervallen steeds bemest waardoor de behoefte en het aanbod gelijk op lopen. Het perceel blijvend grasland laat een wat hoger N-voorraad zien maar nog steeds mooi laag. Bovendien zal er nog een snede geoogst kunnen worden, de grasgroei is zeker nog aanwezig.
Bekijk de uitgebreide resultaten op de website van de LLTB