worm bodemleven

Organische stof opbouwen? Kijk naar je uitgangssituatie én je management

Meer organische stof in de bodem is niet altijd vanzelfsprekend, ook niet als je hier jarenlang gericht aan werkt. Tijdens de Bodemdag van het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer (DAW) en Aeres Hogeschool presenteerden Chris Koopmans van het Louis Bolk Instituut (LBI) en Annemariet van der Hout van Wageningen University & Research (WUR) de eerste inzichten uit onderzoek naar organische stof en bodemkwaliteit op praktijkbedrijven. Het onderzoek wordt uitgevoerd binnen het programma Slim Landgebruik. Daarbij werd teruggekeken naar het bodemmanagement van de afgelopen 20 tot 25 jaar. Een belangrijke conclusie: of organische stof wordt opgebouwd of afgebroken, hangt sterk samen met de hoeveelheid organische stof die al in het perceel aanwezig is.

Terugkijken naar 25 jaar bodemmanagement

Voor het onderzoek zijn vijftien akkerbouwbedrijven en vijftien melkveebedrijven onderzocht, met vijf percelen per bedrijf. Managementgegevens over de afgelopen 20 tot 25 jaar en historische koolstofmetingen uit 2000 en 2001 zijn gecombineerd met nieuwe metingen uit 2025. Zo wordt zichtbaar wat jarenlang bodemmanagement betekent voor de bodem. Want veranderingen in organische stof gebeuren niet van het ene op het andere jaar.

Niet ieder perceel reageert hetzelfde

Een opvallend resultaat is dat de uitgangssituatie van een perceel veel uitmaakt. De onderzoekers concluderen dat de opbouw of afbraak van organische stof sterk afhankelijk is van het organische-stofgehalte waarmee een perceel begint. Dat gold zowel voor de onderzochte akkerbouw- als melkveebedrijven.

Gemiddeld bleef het organische-stofgehalte binnen de onderzochte akkerbouwsystemen gelijk, terwijl het bij de melkveebedrijven steeg. Binnen de akkerbouw leidde het systeem met vaste mest, groenbemesters en ploegen tot effectieve opbouw van organische stof. Bij de melkveebedrijven was sprake van opbouw in systemen met gras in de rotatie en op percelen met permanent grasland.

Verschillende maatregelen

Voor akkerbouwers zijn er verschillende maatregelen die invloed kunnen hebben op koolstofvastlegging. Denk aan aanpassingen in de gewasrotatie, vaste mest of compost, vanggewassen en groenbemesters, het achterlaten van gewasresten en niet-kerende grondbewerking. Welke aanpak het beste past, hangt af van het perceel en het bedrijfssysteem. Daarbij draait het niet alleen om de aanvoer van organische stof. Minstens zo belangrijk is hoeveel organische stof in de bodem wordt afgebroken.

Zelf aan de slag

De resultaten laten vooral zien dat werken aan organische stof geen kwestie is van één maatregel of één teeltseizoen. De uitgangssituatie van het perceel speelt een belangrijke rol en het management over vele jaren telt mee. Wie gericht aan organische stof wil werken, doet er daarom goed aan naar het geheel te kijken: wat is de huidige situatie van het perceel, welke maatregelen passen binnen het bouwplan en wat betekenen die keuzes op langere termijn? Zelf de organische stofbalans berekenen kan met de tool van NMI via www.os-balans.nl. Daarnaast kan met de Praktijktool BodemCoolstof in Farmmaps een inschatting gemaakt worden wat het effect is van maatregelen op het organische stofgehalte van de bodem.

Bekijk de factsheet over organische stofbalans

Gerelateerde maatregelen