Renure is momenteel een veelbesproken onderwerp in de agrarische sector. Want het biedt ook zeker kansen voor agrarische ondernemers. Én uitdagingen, weet Ap van der Bas – bodem- en bemestingsadviseur voor het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer. In onderstaand stuk deelt hij de mogelijkheden en aandachtspunten voor melkveehouders bij de ontwikkeling en toepassing van renure.
Iedereen heeft de mond vol van renure. Maar wat is het nou precies en waarom is het interessant?
Renure staat voor REcovered Nitrogen from ManURE: teruggewonnen stikstof uit dierlijke mest in minerale vorm. Vanaf 2026 mag deze stikstof in Nederland als kunstmestvervanger worden ingezet, na Europese goedkeuring.
Dat is interessant nu de plaatsingsruimte voor dierlijke mest krimpt. Stikstof uit gewone drijfmest telt volledig mee binnen de norm van 170 kilo stikstof uit dierlijke mest per hectare. Renure valt daar – als kunstmestvervanger – niet onder. Daarmee kun je meer stikstof uit je eigen mest benutten.
Hoe wordt renure gemaakt – en waarom kiezen veel melkveehouders voor een stikstofkraker?
‘Er zijn meerdere technieken om stikstof uit mest (renure) terug te winnen. Voor melkveehouders is de stikstofkraker, ook wel stikstofstripper, op dit moment de meest toegankelijke en betaalbare techniek.
De stripper haalt de ammoniakale, dus direct werkzame, stikstof uit de mest. Dat deel wordt omgezet in een minerale meststof: renure. Wat achterblijft in de mest is vooral organisch gebonden stikstof, langzaam werkende meststof. Het is goed om je dit te realiseren, omdat je daardoor je bemesting anders moet organiseren. Daarnaast is het goed om te weten dat de stikstofkraker of stripper wel enige technische kennis vereist: het is uit de pioniersfase, maar toch nog een vrij nieuwe techniek: scheiders kunnen verstopt raken, filters vragen aandacht, etc. Daarmee omgaan moet je kunnen en leuk vinden.’








