Vaste mest benutten: weten hoe en wanneer het werkt

Veel veehouders willen maximaal voordeel halen uit hun eigen mest. Toch blijkt dat in de praktijk lastig. De werking van vaste mest is vaak onvoorspelbaar, zeker op grasland. Hoe krijg je daar meer grip op? De Friese bodemadviseur Nynke Bakker deelt haar praktische inzichten en benadrukt het belang van meten.

Wij kregen een vraag van geitenhouder Peter binnen over het optimaal benutten van vaste mest. Hij gaf aan dat de werking van vaste mest onvoorspelbaar is. Herken jij dat?

‘Ja, dat hoor ik regelmatig. Zeker bij geitenhouders met veel vaste mest. Het lastige is: je hebt te maken met meerdere factoren om de vaste mest door de bodem te laten benutten waar je maar beperkt invloed op hebt. Denk aan temperatuur en vocht. Als het te droog is, gebeurt er weinig. Is de bodem niet actief genoeg, dan wordt de mest ook niet goed opgenomen. Dus daar zit de uitdaging voor deze geitenhouder: inzicht in de mest en je bodem.’

Waar moet je op letten als je vaste mest optimaal wilt benutten?

‘Vaste mest is geen reststroom, maar een waardevol product. Mits je aandacht hebt voor een aantal zaken. Ik zie in de praktijk vaak dat het fermenteren of composteren niet goed gebeurt door:

  • Verkeerde verhouding mest-stro
  • Te heet geworden of slechte vertering
  • Onjuiste vochtgehalte
  • Slecht of niet afdekken bij fermenteren

Daarnaast is de bodem soms zelf nog niet op orde. In dat geval lukt het verwerken van de opgebrachte mest door de bodem niet. Als de bodem niet goed functioneert – bijvoorbeeld door een slechte calcium-magnesiumverhouding – is er te weinig zuurstof. Dan kan het bodemleven zijn werk niet doen en benut je de mest niet optimaal. Gevolg: nutriënten komen niet op het juiste moment beschikbaar voor het gewas en spoelen eerder uit naar grond- en oppervlaktewater.’

Hoe benut je vaste mest goed? 4 tips van bodemadviseur Nynke Bakker:

1. Zorg dat je bodem het aankan door:

  • Voldoende zuurstof in de bodem
  • Goede structuur
  • Actief bodemleven

Als die basis niet klopt, kan de mest niet optimaal benut worden en vergroot je de kans op uitspoeling.

2. Werk aan je mestkwaliteit

  • Zie mest als bodemvoeding, niet als afval
  • Voorkom dat de mest ‘verbrandt’ (te hoge temperatuur)
  • Zorg voor goede verhouding tussen mest en stro
  • Let op voldoende vocht

3. Kies het juiste moment voor opbrengen

  • Bodem moet actief zijn (voldoende temperatuur en vocht)
  • Niet alleen kijken naar je planning, maar naar wat de bodem aankan
  • Rij je uit terwijl de bodem weinig actief is, dan worden nutriënten niet benut en neemt de kans op afspoeling toe. Bijvoorbeeld bij droogte.

4. Meten is cruciaal: zowel bodem als mest

  • Analyseer je mestmonster
  • Kijk naar stikstof én koolstof (C/N-verhouding)
  • Gebruik eenvoudige tools zoals een pH- of EC-meter

Veel waar je op moet letten, is het die moeite waard?

‘Absoluut, vaste mest is bodemtechnisch gezien een heel mooi en waardevol product. Vaste mest voedt het bodemleven en levert organische stof en koolstof. Het helpt dus bij het opbouwen van een gezonde bodem met goede bodemstructuur die bestand is tegen weersextremen. Daarnaast zorgt het voor meer ondergronds bodemleven en dus meer biodiversiteit. Misschien nog wel belangrijkste: als je je mest beter benut, komen nutriënten op het juiste moment vrij voor je gewas. Dat betekent minder verliezen naar het water en een hogere benutting op je eigen land met een product dat je al hebt!’

‘Het helpt bij het opbouwen van een
gezonde bodem die bestand is tegen weersextremen’

Je noemde bij het verwerken van vaste mest twee mogelijkheden, namelijk fermenteren en composteren. Wat is het verschil tussen die twee en wanneer kies je wat?

‘Het belangrijkste is dat je je mest goed behandelt. Of je nu kiest voor composteren of fermenteren: je maakt een rantsoen voor je bodem, geen afvalstroom.’

Bij composteren gaat het om een afbraakproces waarbij warmte vrijkomt. Dat kan goed werken, mits je het proces beheerst. Er zijn veel factoren van invloed op het resultaat van het product. Wordt de mest bijvoorbeeld te heet, dan verlies je juist waardevolle koolstof. Precies de voeding waar je bodem behoefte aan heeft.

Fermenteren werkt anders. Dat is een ‘koud’ proces, waarbij minder energie verloren gaat. Je krijgt als het ware voorverteerde mest. Het materiaal blijft herkenbaar, maar is al makkelijker afbreekbaar voor het bodemleven.

In de praktijk kan fermenteren helpen om de werking van vaste mest iets beter voorspelbaar te maken, omdat de mest al een stap verder is in het verteringsproces. Tegelijk blijft het zo dat de omstandigheden in de bodem en het weer bepalend zijn. Telers vinden fermenteren vaak iets gemakkelijker.’

Tot slot nog een laatste tip voor boeren die aan de slag willen met vaste mest?

‘Het inzetten van vaste mest kost tijd, dus zorg dat je op het juiste moment vaste mest beschikbaar hebt. Begin daarnaast met kleine giften. Zo ben ik eerder bij een geitenhouder geweest waarbij de bodem een grote giften vaste mest niet kon verwerken. Dat laat zien hoe belangrijk het is om rustig op te bouwen. Geef kleinere hoeveelheden, dan krijgt het bodemleven de kans om mee te groeien. Naarmate de bodembiologie zich ontwikkelt, kan de bodem steeds meer vaste mest aan. Er komen als het ware steeds meer monden bij om de mest te verwerken: 1 + 1 = 3!’