Praktijkproeven met gras
Op twee bedrijven worden proefstroken aangelegd waarin RENURE wordt vergeleken met gangbare kunstmest. Daarbij ligt de focus op zowel opbrengst als kwaliteit van het gras gedurende het groeiseizoen.
‘We meten bij elke snede de opbrengst en de kwaliteit van het gras. En na afloop kijken we met N-mineraalmetingen wat er in de bodem achterblijft,’ zegt De Hoop. De verwachting is dat RENURE kan bijdragen aan een efficiëntere benutting van stikstof en mogelijk een betere gewaskwaliteit. ‘We hopen dat de opbrengst gelijk blijft en dat de kwaliteit misschien zelfs beter wordt.’
Betere benutting van mest
De proef speelt in op een bredere uitdaging in de sector. Door afschaffing van de derogatie moet veel meer dierlijke mest worden afgevoerd en zal het kunstmestgebruik stijgen. Dat zal veel extra kosten veroorzaken en nadelig zijn voor het milieu.
‘Je ziet nu dat boeren mest afvoeren en vervolgens weer kunstmest moeten aankopen,’ aldus De Hoop. ‘Door ammoniumstikstof uit een deel van de drijfmest te halen, kun je de rest van de mest beter benutten. Daarmee blijven ook organische stof, fosfaat, kali en sporenelementen beter beschikbaar voor het land. Dat kan op termijn positief zijn voor de bodemkwaliteit.’
Daarnaast kan het bijdragen aan minder ammoniakemissie en een betere benutting van nutriënten. De adviseur ziet veel interesse vanuit de sector: ‘Het mestvraagstuk is groot. Als dit bijdraagt aan minder emissies en een betere benutting van meststoffen, kan dit voor veel boeren interessant zijn.’
‘Het mestvraagstuk is groot. Als dit bijdraagt aan minder emissies en een betere benutting van meststoffen, kan dit voor veel boeren interessant zijn.’
Ook Waterschap Vallei en Veluwe ziet het belang van praktijkonderzoek. Volgens beleidsmedewerker Richard van Hoorn staan overheden voor grote opgaven op het gebied van water, bodem en biodiversiteit. ‘Daarom is het juist zaak om als lokale overheden samen met ondernemers in een gebied te onderzoeken wat praktisch werkt, hoe maatregelen kunnen landen op het erf en welke effecten dat heeft voor milieu en het boerenbedrijf. Leren doe je samen.’ Het waterschap hoopt met de proef beter in beeld te krijgen wat deze vorm van stikstof aanwenden kan betekenen voor het beperken van verliezen naar bodem en grondwater en als afgeleide daarvan naar het oppervlaktewater.
Praktische toepasbaarheid
De stikstofstripper die in dit project wordt gebruikt, is mobiel. Dat maakt de techniek volgens De Hoop interessant voor een bredere groep boeren. ‘Het is een forse techniek met een prijskaartje. Maar een mobiele installatie kan op meerdere bedrijven worden ingezet. Dan hoeft niet iedereen zelf te investeren.’