Bollenteler Rik Pennings

Fosfaat omlaag: zo werken telers aan goede bollen en schoon water

“Je ziet het niet, je voelt het niet. Als je langs het water loopt, denk je dat het heel gezond is.”  Met die woorden verwoordt bollenteler Rik Pennings uit Noordwijkerhout waarom het fosfaatprobleem in de Bollenstreek zo lastig zichtbaar is. Toch laten metingen zien dat de fosfaatconcentraties in het oppervlaktewater op veel plekken te hoog zijn. 

In de video ‘Fosfaat Omlaag – samen werken aan schoon water in de Bollenstreek’  delen telers, onderzoekers, adviseurs en het Hoogheemraadschap van Rijnland hun kijk op het probleem én de oplossingen. De centrale boodschap: bollentelers spelen een rol in het probleem, maar zijn vooral ook onderdeel van de oplossing.


 

Fosfaat in het water: waarom is het een probleem? 

Fosfaat is een belangrijke voedingsstof voor gewassen, maar een teveel aan fosfaat in het oppervlaktewater zorgt voor ecologische problemen. “Door te veel fosfaat gaan (blauw)algen groeien, kunnen waterplanten niet goed groeien, en ontstaat zuurstofloosheid,” legt Jasperien de Weert van Hoogheemraadschap van Rijnland uit. “Dat geeft overlast en we voldoen niet aan de normen. Maar het gaat niet alleen om regels, we willen vooral met elkaar een gezond ecosysteem hebben.” De urgentie is groot. Vanuit de Europese Kaderrichtlijn Water moet Nederland werken aan schoon en ecologisch gezond water en moeten in 2027 de doelen gehaald zijn. In de watergangen in de Bollenstreek zijn de fosfaatgehaltes structureel te hoog. 

Waarom juist in de Bollenstreek? 

Volgens bodemkundige Anne Marie van Dam heeft dat meerdere oorzaken. “De gehaltes hier in de Bollenstreek zijn de hoogste van Nederland. Dat heeft niet alleen met de teelt te maken, maar ook met de eigenschappen van de duinzandgrond. Die houdt weinig fosfaat vast.” Daar komt bij dat er historisch veel fosfaat is aangevoerd. “De bodem is verzadigd en werkt als een soort spons. Hierdoor kan fosfaat niet meer gebonden worden en spoelt het uit naar de sloot.” Tegelijkertijd benadrukken betrokkenen dat fosfaat ook nodig blijft voor een goede bollenteelt. De uitdaging zit daarom in het vinden van de juiste balans. Hoe die gevonden kan worden wordt onderzocht in een veldpilot waarin onderzocht wordt hoe fosfaatemissies verminderd kunnen worden zonder opbrengstverlies.  

Van algemene opgave naar inzicht op het eigen bedrijf 

Voor bollenteler Rik Pennings werd het onderwerp de afgelopen jaren steeds concreter. “We zijn steeds meer geïnformeerd door het Hoogheemraadschap van Rijnland over de KRW, over stoffen die gevonden worden en ook over fosfaat.” 

Toch had hij aanvankelijk twijfels. “Ik had vooraf best twijfel over nut en noodzaak van het vaststellen van het probleem omdat de sloot er best goed uitziet. Je ziet gewoon helder water. ” Inmiddels doet hij mee aan de pilot. Er is een proefveld aangelegd en verschillende soorten organische stof toegepast. “Wat me aanspreekt in deze pilot is dat een probleemstof voor de hele regio terug wordt gebracht naar mijn eigen bedrijf. Ik kan nu zien wat mijn handelen voor effect heeft op het geheel.” 

Goede bollen telen met minder fosfaat 

Delphy onderzoekt in de pilot samen met telers hoe de fosfaatbalans verbeterd kan worden. “De plant heeft een bepaalde hoeveelheid fosfaat nodig,” zegt adviseur bloembollen Bob Bisschops. “Maar op dit moment wordt er vaak meer aangevoerd dan de bol nodig heeft en afvoert. Daardoor komt een deel uiteindelijk in het oppervlaktewater terecht.”

Weegschaal Bollenacademie

De oplossing zit volgens hem niet in minder aandacht voor de bodem, maar juist in slimmer omgaan met organische stof en bemesting. “Compost is bijvoorbeeld veel effectiever dan stalmest, omdat je relatief veel effectieve organische stof aanvoert ten opzichte van de hoeveelheid fosfaat.” 

Praktische handvatten voor telers 

Volgens Anne Marie van Dam kunnen telers direct stappen zetten. “Als je goede bollen wil telen en de bodem wil voeden, dan begin je met de vraag: hoeveel organische stof heb ik eigenlijk nodig?” Daarna volgen keuzes in groenbemesters en meststoffen. Het doel: zoveel mogelijk effectieve organische stof aanvoeren met zo min mogelijk fosfaat. Ook inzicht in de waterkwaliteit helpt daarbij.  

Samen werken aan schoon water 

De rode draad in de video is samenwerking. Want het verbeteren van de waterkwaliteit lukt alleen wanneer telers, onderzoekers, adviseurs en overheden samen optrekken.  Rik Pennings roept collega-telers daarom op om het gesprek aan te gaan. “Ga hierover in gesprek met het waterschap, met partijen om je heen en met adviseurs. Het levert je altijd kennis op.” 

Met praktische maatregelen, meer inzicht en gezamenlijke verantwoordelijkheid werkt de sector stap voor stap aan een toekomstbestendige bollenteelt én schoner water in de Bollenstreek.

Gerelateerde advies & subsidies

Gerelateerde demobedrijven