Fruitteeltbedrijf Bas en Lena Zevenbergen

Natuurlijke plaagbestrijding in de fruitteelt: dit doen Bas en Lena Zevenbergen

Op hun fruitteelt- en akkerbouwbedrijf in de Hoeksche Waard laten Bas en Lena Zevenbergen zien hoe je plagen kunt beheersen door samen te werken met de natuur. Door natuurlijke vijanden te stimuleren en te investeren in biodiversiteit en bodem, bouwen zij aan een weerbare teelt met minimale inzet van gewasbeschermingsmiddelen.

Kleine maatregelen, groot effect 

De kern van hun aanpak is eenvoudig, maar effectief: “Je doet heel veel kleine dingen, dan is er altijd wel iets raak.”  In plaats van te vertrouwen op één oplossing, combineren ze verschillende maatregelen die elkaar versterken. Zo bouwen ze stap voor stap aan een robuust systeem dat minder afhankelijk is van externe inputs.


Natuurlijke vijanden de ruimte geven 

Rond 2009 maakten Bas en Lena een bewuste keuze: ze stopten met enkele breedwerkende insecticiden, zodat natuurlijke vijanden meer kans kregen om hun werk te doen.  Dat was in het begin spannend. “We controleerden wel drie keer per dag of het nog goed ging,” vertelt Bas. Er werd geëxperimenteerd met alternatieven zoals beregenen en zeepoplossingen, en er werd actief gewerkt aan het aantrekken en behouden van nuttige insecten. De eerste jaren vroegen om doorzettingsvermogen, maar inmiddels is het vertrouwen gegroeid. “Als je het eerste jaar door bent, wordt het per jaar makkelijker.” 

Voorkomen van een vicieuze cirkel 

Breedwerkende middelen kunnen niet alleen plaaginsecten bestrijden, maar ook nuttige insecten raken. “Daarmee kom je in een vicieuze cirkel terecht,” legt Bas uit. “Minder natuurlijke vijanden betekent meer plaagdruk, waardoor je weer moet ingrijpen.” Door juist in te zetten op het sparen en stimuleren van natuurlijke vijanden, werken Bas en Lena aan een systeem dat beter in balans blijft. Tegelijkertijd merken ze dat het middelenpakket onder druk staat, waardoor de mogelijkheden om gericht in te grijpen kleiner worden. Dat maakt een weerbaar teeltsysteem des te belangrijker. 

Biodiversiteit als ondersteuning 

Om natuurlijke vijanden te helpen, investeren ze in biodiversiteit op hun bedrijf. Zo werken ze met kruidenrijke rijbanen en maaien ze beperkt en gefaseerd. Veel nuttige insecten leven in bepaalde periodes van stuifmeel. Door dat aanbod te vergroten, blijven populaties beter in stand en kunnen ze hun werk blijven doen in de boomgaard. 

Bodem als fundament 

Naast bovengrondse maatregelen speelt ook de bodem een belangrijke rol. “Bomen staan niet in een potje. Die kun je alleen telen op een weerbare bodem,” zegt Bas.  Daarom zetten ze in op organische bemesting en beperken ze het gebruik van nitraat. Het doel is een actief bodemleven dat bijdraagt aan een gezonde groei, een betere benutting van nutriënten en een groter waterbergend vermogen. Bodemanalyses laten zien dat deze aanpak effect heeft. 

Stap voor stap naar een robuust systeem 

De aanpak van Bas en Lena laat zien dat duurzame fruitteelt niet draait om één maatregel, maar om het bouwen van een samenhangend systeem. Investeren in bodem, bewust omgaan met gewasbescherming en het stimuleren van biodiversiteit vormen daarbij de basis. Hun advies aan collega-telers: begin klein en bouw stap voor stap. “Er is geen goed of fout. Ieder bedrijf is anders. Maar investeren in biodiversiteit komt uiteindelijk altijd naar je toe.” 

Bodemadvies voor jouw bedrijf?

Gerelateerde demobedrijven