afbeelding van ICM Integrated Crop Management

Integrated Crop Management

Effectiviteit
Toepasbaarheid

Integrated Crop Management (ICM) is een systematische aanpak om ziekten, plagen en onkruiden te voorkomen en te beheersen. Door middel van gewasrotatie, weerbare rassen, een weerbare bodem, monitoring en gerichte bestrijding beperkt de teler de inzet van chemische gewasbeschermingsmiddelen tot een minimum.

 

afbeelding van ICM Integrated Crop Management

Gewasrotatie

Met een goed doordachte gewasvolgorde leg je de basis voor een weerbaar teeltsysteem. Door zo min mogelijk gewassen en groenbemesters na elkaar te telen waarop dezelfde ziekten of plagen zich kunnen vermeerderen, voorkom je dat de druk van ziekten en plagen toeneemt. Ook mengteelt en strokenteelt kunnen bijdragen aan een grotere biodiversiteit op het perceel, waardoor de ziekte- en plaagdruk vaak afneemt.

Ras en teeltwijze

Kies waar mogelijk voor rassen die resistent of tolerant zijn tegen ziekten en plagen. Hiermee beperk je aantasting en schade. Voor veel gewassen zijn rassen met meervoudige resistentie echter nog beperkt beschikbaar. Daarnaast kunnen deze rassen commercieel minder aantrekkelijk zijn, bijvoorbeeld door verschillen in opbrengst, smaak of houdbaarheid.

Bodembeheer

Een weerbare bodem beschikt over een rijk en divers bodemleven, een goede bodemstructuur en gunstige chemische eigenschappen. In zo’n bodem blijft de biodiversiteit in evenwicht en krijgen ziekten en plagen minder kans om schade aan te richten.

Lucht en water zijn essentieel voor een goede beworteling en een actief bodemleven. Beperk daarom bodemverdichting door percelen zo min mogelijk te berijden, te werken met vaste rijpaden, een lage bandenspanning of dubbelluchtbanden. Kijk daarnaast naar de mogelijkheden van beperkte of niet-kerende grondbewerking.

Het aanvoeren van organische stof draagt bij aan een goede bodemstructuur, een groter watervasthoudend vermogen en voldoende voeding voor het bodemleven. Dit bodemleven maakt weer nutriënten beschikbaar voor het gewas.

Monitoring

Controleer je gewas regelmatig op ziekten en plagen. Pas wanneer een schadedrempel wordt overschreden, is ingrijpen nodig. Beslissingsondersteunende systemen kunnen helpen bij de afweging of een maatregel noodzakelijk is en welke aanpak het meest geschikt is.

Ook jaarlijkse monitoring en evaluatie van ziekten, plagen en opbrengsten zijn belangrijk. De resultaten kunnen aanleiding zijn om de ICM-strategie bij te stellen.

Gerichte bestrijding

Om grote schade te voorkomen blijft ingrijpen soms noodzakelijk. Denk daarbij eerst aan mechanische onkruidbestrijding, de inzet van natuurlijke vijanden of laag-risicomiddelen zoals bacteriën en schimmels.

Wanneer chemische gewasbeschermingsmiddelen nodig zijn, pas deze dan zo gericht mogelijk toe. Werk met precisietechnieken, kies middelen met een lagere milieubelasting en maak gebruik van passende driftreducerende technieken.

 

natuurlijke bestrijding

Minder afhankelijk van chemie

Door te werken volgens de ICM-aanpak beperk je het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en word je minder afhankelijk van chemische bestrijding. Dit leidt uiteindelijk tot minder residuen op het gewas. Daarnaast draagt ICM bij aan biodiversiteit, een betere waterkwaliteit en een gezonde bodem.

Kosten en opbrengsten

De kosten van een ICM-aanpak verschillen per bedrijf. Omdat binnen ICM verschillende maatregelen mogelijk zijn, behoud je als ondernemer de vrijheid om keuzes te maken die passen bij jouw bedrijfsvoering.

Onderzoek op onder meer proefbedrijf Vredepeel liet zien dat gewasopbrengsten en saldo soms achterbleven ten opzichte van gangbare teeltsystemen. De belangrijkste oorzaak was de onkruidbeheersing in fijnzadige gewassen. Ook in de ICM-proef op kleigrond in Lelystad was sprake van saldoverlies, onder meer door extra handwerk voor onkruidbestrijding.

Gerelateerde demobedrijven