Kloosterboeren: hoe waterwinning en landbouw hand in hand kunnen gaan

Boeren die ondernemen op de Oostelijke hoge zandgronden hebben allemaal iets gemeen: droogte. Zowel natuur als gewassen in hetzelfde gebied zijn voor voldoende water afhankelijk van regen. Bij weinig regen zakt het grondwaterpeil en dat is nadelig voor veel gewassen. Wordt er ook nog eens drinkwater gewonnen in jouw gebied, dan heb je een extra uitdaging.

Dat geldt ook voor de kloosterboeren, een groep van 8 boeren in het Gelderse Hengelo in de Achterhoek. Zij bevinden zich op droogtegevoelige grond en in hun gebied vindt waterwinning plaats door Vitens. In het begin zagen ze dit vooral als een bedreiging. Inmiddels zijn de 8 Kloosterboeren echter zover dat ze de betrokken gebiedspartijen zelfs een aanbod hebben gedaan. Bovenop de 1.2 miljoen kuub regenwater dat al geïnfiltreerd wordt, willen ze op hun grond nog eens extra 1.5 miljoen kuub infiltreren.

Landbouw en natuur onder druk

Kloosterboeren: “Wij waren gewend dat de droge periode pas in juli begon, maar in 2018 kregen we in april al te maken met de eerste droogte. Dat maakte de bedrijfsvoering er niet gemakkelijker op. Het belemmerde de groei van het gras en de gewassen. Volgens de kringloopwijzer presteren we in goede jaren bovengemiddeld ten opzichte van referentiebedrijven, maar in droge jaren hebben we 30% tot 40% minder opbrengst. Referentiebedrijven zijn bedrijven die produceren onder dezelfde omstandigheden.”

“In droge jaren kan het grondwaterpeil in dit gebied tot wel 4 meter onder het maaiveld. Bomen onttrekken vanaf 2 a 3 meter al geen water meer. Niet alleen de landbouw, maar ook de natuur staat dan onder druk. Omdat wij van mening waren dat er meer water aan ons gebied onttrokken werd dan dat het gebied aankon besloten we in 2018 een brandbrief te sturen.”

Brandbrief start van gebiedsproces

De brandbrief was de start van een gebiedsproces waarbij de Kloosterboeren met gebiedspartijen aan tafel zaten. “In het begin verliep de samenwerking stroef, we begrepen elkaar niet en hadden weinig begrip voor elkaars problemen. Na veel praten veranderde dat gelukkig wel. Ook bleken de opgaven in ons gebied breder te zijn dan alleen waterwinning.”

Projecten geven inzicht: bedreiging is mogelijk kans

Het waterschap kwam uiteindelijk ook met ideeën zoals kleinschalig bevloeien. De Kloosterboeren werden hier erg enthousiast van. Er ontstond een kantelpunt, vanaf die tijd waren gesprekken meer gericht op samenwerken.

Kloosterboeren: “Drie jaar lang voerden we via het programma ‘Elke druppel de grond in (EDDGI)’ kennisuitwisseling in gesprekken en projecten uit. Van kleinschalig bevloeien, waarbij we bodemvocht toedienden om de droge periode te overbruggen, tot druppelslangen in de maïs. De bevloeiingsproef van 2021 liet zien dat het vasthouden van water in de wortelzone hielp om het vochtgehalte op peil te houden. Dit verbeterde de opname van nutriënten en het vulde de grondwaterstand aan. De opzet in 2022 was gericht op het verlengen van deze effecten door een grotere buffer op te bouwen in de winterperiode.”

Succesvolle proef tegen droogte op hoge zandgronden: overtollig water in de bodem pompen

“Ons grootste inzicht kwam daarna eigenlijk pas. We zagen dat onze proeven ook effect hadden op het aanvullen van het grondwater. Zo konden we aanvullen wat te veel onttrokken werd en daarmee een bijdrage leveren aan systeemherstel. En zo ontstond ons idee om water vanuit de Veengoot op onze bedrijven infiltreren. Met het DAW Impulsproject ‘Het Klooster’ gaven we hier vervolg aan.”

Inmiddels is door experts vastgesteld dat het gebied het watervolume dat nu onttrokken wordt niet meer aankan. De conclusie dat het systeem in onbalans is geraakt wordt nu door alle betrokken partijen gedeeld. Er wordt daarom overwogen om de winning te halveren als er geen oplossing komt.

Kloosterboeren: Als ze hier stoppen met waterwinning moeten ze op zoek naar andere gebieden. Dat is een proces van 15 tot 20 jaar en is volgens ons alleen een verplaatsing van het probleem. Wat als we de waterwinning zelf in stand kunnen houden?”

“Het huidige systeem zoals het er nu ligt kan 1,2 miljoen kuub water opslaan en  infiltreren. Als wij onze bedrijfsvoering aanpassen kunnen we daar 1,5 miljoen kuub aan toevoegen. De waterbalans wordt hersteld en dat is gunstig voor zowel landbouw, waterwinning als de leefbaarheid van ons gebied. Naast voedselvoorziening bedienen we zo meer maatschappelijke belangen.”

Blauwe dienst, maatschappelijke dienst

In vorm van blauwe diensten willen de Kloosterboeren het regenwater opslaan en infiltreren. Dit kan via natuurlijk verloop, door het slootwater op peil te brengen of juist land onder water te zetten. Bovengronds bevloeien behoort ook tot de mogelijkheden, de projecten hebben immers uitgewezen dat het kan. Volgens de Kloosterboeren hebben de maatregelen beperkt invloed op de bedrijfsvoering.

Kloosterboeren: “Als je de waterwinning in stand kunt houden dan zou je daar toch een geldbedrag aan kunnen koppelen? Wat is dat waard? Als we onze bedrijfsvoering aan willen passen hebben we echter wel een langdurig marktconform verdienmodel nodig.”

“Gesprekken hierover vinden nu plaats. Samen met de betrokken gebiedspartijen inventariseren we hoe we de dienst handen en voeten gaan geven. Is dat een betaling op basis van hectares of op basis van het aantal kuubs? Onze insteek is wel dat we breder kijken het waterwingebied, omliggende boeren moeten ook betrokken worden. Groene diensten zijn een nuttige aanvulling op onze blauwe diensten.”

Hille Kraak, LTO Noord adviseur Bodem en Water: “LTO Noord is sinds 2020 bij dit proces betrokken, omdat er heel veel onderwerpen samenkomen. Wij vinden het heel positief dat boeren dit soort initiatieven nemen in gebiedsprocessen. Het doet me denken aan het Marke-model. Voor leden die te maken hebben met vergelijkbare opgaven zitten in deze aanpak zeker voorbeelden en ervaringen die zij ook kunnen toepassen. Als leden ondersteuning nodig hebben kunnen ze contact met ons opnemen.”