mestkwaliteit Delfland

Sturen op mestkwaliteit, Gertjan maakt gebruik van mestanalyses

Hoe krijg je nu echt goede mest? Deelnemers van Bodem als Basis in Midden-Delfland zijn dat samen aan het uitzoeken. Door mestmonsters te vergelijken leren ze van elkaar om hun mest te verbeteren. Want goede mest, betekent een gezonde bodem, een gezond dier en een goede productie.

Verrotting voorkomen is het belangrijkste onderwerp waar deelnemers naar kijken. Verrotting treedt op bij een pH boven de 7,14. Is de mest zuurder, dan zal deze fermenteren. “Als urine in de mest komt, breekt dat af tot ammonium,” legt bodemadviseur Joost de Kroon van Bodemteam Zuid-Holland/Utrecht uit. “Het spel is om ammonium organisch te binden aan je mest en te voorkomen dat dit vrijkomt als ammoniak (NH4). Gebonden stikstof zorgt voor betere mest.”

Rottende mest herkennen

“Wanneer je een geur ruikt van rottend vlees, ei of ui, dan weet je dat de mest aan het rotten is. Een goede mest ruikt niet en plakt ook niet. Als mest eenmaal aan het rotten is, dan is het proces moeilijker terug te draaien. De goede bacteriën ben je kwijtgeraakt.”

Voordat de bijeenkomst begon had iedere deelnemer zijn rantsoen doorgestuurd. Op basis daarvan kan Joost al inschatten of mest aan het fermenteren of rotten is. “Mestkwaliteit wordt voor een groot gedeelte bepaald door het rantsoen, dus daar kan je veel op bijsturen. Of het rot, is steeds beter vooraf te berekenen.”

Toch blijkt uit de genomen mestmonsters, dat bij sommige deelnemers de mest aan het rotten is, terwijl dat volgens het rantsoen niet nodig zou hoeven zijn. “Dat kan doordat het rantsoen niet optimaal verteert bij individuele koeien. Die scheiden dan te veel eiwitten uit. Daarnaast speelt het gebruik van te veel kunstmest op het land of reactieve kalksoorten in het strooisel van de boxen ook een rol.”

Sluipmoordenaar voor goede mestkwaliteit

“De echte sluipmoordenaar van mest is kalium,” vindt Joost. Ongemerkt geef je al snel een overschot kalium in het rantsoen door gras, aardappelen en brok. Als een teveel aan kalium in je bedrijfskringloop komt, gaat het er moeilijk weer uit. Een hoog kaliumgehalte zorgt voor een hoge wateropname door de koe en een lagere efficiëntie van eiwitopname uit de voeding. Het stikstof belandt dan wel in de mestkelder, maar wordt niet gebonden. De pH in de mest stijgt en de mest gaat gisten, rotten, schuimen en emitteren.

“De echte sluipmoordenaar van mest is kalium”

Een van de deelnemers die zijn mest heeft laten analyseren is Gertjan Hooijmans. Hij is melkveehouder in het Zuid-Hollandse Schipluiden, waar hij 100 koeien melkt. Gertjan is een ‘kringloopboer’: hij wil minder kunstmest, eiwit en rekeningen van buitenaf en juist de kringloop op zijn eigen bedrijf sluiten.

Ook bij Gertjan is een mestmonster genomen van Topmest. Daarbij worden elementen en waardes vergeleken met alle andere analyses van boeren en met de top 30. Uit het monster van Gertjan blijkt dat zijn mest een pH-waarde heeft van 7,18. “Dat is net te hoog, waardoor je mest zal rotten,” waarschuwt Joost.

De belangrijkste oorzaak die Joost hiervan kan geven bij Gertjan is het overschot aan kalium. Zijn tip is om de koeien minder aardappels te voeren en meer stro in de boxen te strooien. “Dan kan je al snel naar topkwaliteit mest.” Gertjan lacht: “Ik ben graag zuinig. De aardappels zijn nu heel goedkoop, dus die voer ik graag aan de koeien. Maar goede mest is natuurlijk ook belangrijk.”

“Ik ben graag zuinig. De aardappels zijn nu heel goedkoop, dus die voer ik graag aan de koeien. Maar goede mest is natuurlijk ook belangrijk.”

Mestkwaliteit sturen

Joost van der Kroon geeft een aantal algemene manieren waarop je de mestkwaliteit kan sturen. Zo raadt hij aan om veel vers gras in het rantsoen te verwerken en weinig maïs en eiwitproducten te gebruiken. Dit zorgt ervoor dat ureum wordt gerecirculeerd en niet via de urine in de mest komt.

Daarnaast geeft de adviseur als tip om regelmatig de mest en de pH van urine te meten. Herleidt en reflecteer op deze waarde op basis van de voeding die het dier binnenkrijgt. Tot slot is het van belang om boxenstrooisel te gebruiken dat geen invloed heeft op de pH van de mest.