Gebiedsmakelaar en kennismatcher Henk Jolink

Oude kennis roest niet: bemesten in plaats van mest uitrijden

Onderwerpen als precisiebemesting, emissiereductie en stikstofnormen lijken actueel. Maar wie de oude uitgave van Bemestingsleer voor het landbouwonderwijs uit 1947 openslaat, ontdekt dat er toen al een antwoord was op de vragen van nu. ‘Het gaat vooral om mest optimaal benutten. Enkele wijsheden van vroeger kunnen ons daar heel goed bij helpen.’

Wat is het voor boek en waarom is het zo interessant?

“Het betreft een oude uitgave van Bemestingsleer voor het landbouwonderwijs uit 1947. In die periode – na de Tweede Wereldoorlog en grote focus op voedselproductie – ging de landbouw meer nadenken over bodemvruchtbaarheid en het optimaal inzetten van mest. Toen ik het opensloeg viel vooral dat laatste mij op: welke stoffen moet je aan de grond toevoegen zodat een gewas voldoende voedingsstoffen krijgt en de oogst optimaal kan zijn? Dat klinkt misschien simpel, maar eigenlijk draait het daar vandaag nog steeds om. Niet zoveel mogelijk mest aanwenden, maar precies die voedingsstoffen geven die nodig zijn.’

‘Welke stoffen moet je toevoegen zodat de oogst optimaal kan zijn?’

Oud boek

Welke lessen uit het boek zijn volgens jou nog steeds actueel?

‘De wet van het minimum komt uitgebreid aan bod, ook wel bekend als de Wet van Liebig. Die houdt in dat de opbrengst wordt bepaald door de voedingsstof die het minst aanwezig is. Dat kan stikstof zijn, maar net zo goed kalium, fosfaat, zwavel, sporenelementen of de bodemstructuur. Zorg er dus voor dat je bodemmonsters neemt. Evenals een mestonderzoek.’

Ook besteden ze in het boek veel aandacht aan signalen vanuit het gewas en de bodem, leest Henk. ‘Bepaalde planten en onkruiden werden gebruikt als aanwijzing voor mogelijke tekorten in de bodem. Als je veel ridderzuring hebt staan, wijst dat bijvoorbeeld op storende lagen. Bij veel paardenbloem kan er sprake zijn van een te lage pH. Zo zijn er meerdere onkruiden te benoemen die een spiegel van de bodem zijn. Daarnaast wordt een goede bodemstructuur nadrukkelijk genoemd als voorwaarde voor een goede opbrengst. Dat laatste ligt de laatste 10 jaar weer onder een vergrootglas.’

Ook mestopslag krijgt aandacht. Verrassend?

‘Eigenlijk niet. Dit boekje is geschreven in een tijd dat er gebrek was aan mest en er dus bewust en zorgvuldig mee omgegaan moest worden. 2026 is het eerste jaar zonder derogatie voor heel Nederland, dus ook nu zijn we bezig met het optimaal benutten van mest. De hoeveelheid dierlijke mest die op veel bedrijven kan worden geplaatst is beperkt. Tegelijkertijd blijft kunstmest een belangrijke kostenpost. Elke kilogram stikstof die je kunt behouden en benutten is daarom waardevol. Ook nu moeten we zorgvuldig omgaan met mest. Enkele handreikingen uit de Bemestingsleer zouden we dus zo kunnen overnemen.

‘Mest is geen heiligheid, maar een zaligheid waar het goed wordt gebruikt’

Mest is belangrijk voor de bodemvruchtbaarheid

Zoals dat gier zo snel mogelijk uit de stal moeten worden afgevoerd?

‘Klopt, in de oude grupstallen heerste vaak een hoge temperatuur. Het advies was toen al om de vloeibare mest, gier of beer genoemd, zo snel mogelijk af te voeren. Anders vervliegt de stikstof en kun je het niet meer inzetten voor je gewas. Het advies toen al? Opslaan in een goede, dichte gierkelder. Ook krijgt de lezer tips over hoe je een goede mestvaalt bouwt (vloeistofdichte vloer, red.) en hoe je de mest moet stapelen om de emissies zoveel mogelijk te beperken.’

Andere handreikingen die Henk uit het boek haalt, gaan over het moment van uitrijden: bij vochtig weer of bewolkte omstandigheden. Vermijd uitrijden bij felle zon, sterke wind en droge grond. ‘Eigenlijk zeggen we nog steeds hetzelfde. Alleen weten we tegenwoordig nog beter hoeveel stikstof er daadwerkelijk verloren kan gaan als je zo niet werkt.’

 

Tot slot: hoe ga je van mest uitrijden naar echt bemesten?

‘Begin met een andere manier van kijken naar mest. Niet: wanneer kan ik mijn opslag leegmaken, maar: wanneer kan het gewas de voedingsstoffen het beste benutten?

Dat vraagt om:

Oftewel: bemesten in plaats van mest uitrijden.’

Wat is het belangrijkste dat jij uit dit boek haalde?

‘Het boek uit 1947 laat zien dat de basis van goed bemesten in tachtig jaar niet is veranderd. Zorg voor een gezonde bodem, voorkom verliezen en benut voedingsstoffen op het juiste moment. Juist nu mestplaatsingsruimte afneemt en de druk op stikstofemissies toeneemt, wordt die les weer relevanter dan ooit. De belangrijkste les: niet zoveel mogelijk mest uitrijden, maar zoveel mogelijk waardevolle voedingsstoffen benutten. Dat is misschien wel de belangrijkste les uit een boek van bijna tachtig jaar oud.’

‘De belangrijkste les uit een boek van bijna tachtig jaar oud’