Waarom meten melkveehouders Tjerk en Greet zelf hun waterkwaliteit?

Hoe is het gesteld met de waterkwaliteit in onze sloten en wat kunnen we zelf bijdragen om die kwaliteit te verbeteren? Met die vragen als uitgangspunt besloten Tjerk Hof en Greet Ruitenberg zich aan te melden voor een pilot, waarbij eigen slootwatermetingen worden vergeleken met analyses van het waterschap.

 

Tjerk Hof en Greet Ruitenberg hebben samen met hun zoon Jan Bart een melkveehouderij in het Friese Oldeberkoop. Op 113 hectare grasland houden ze 160 melkkoeien en 70 stuks jongvee. Met het einde van de derogatie in zicht is hun bedrijfsvoering erop gericht om voldoende voer van een goede kwaliteit van eigen land te halen, met lage verliezen van mineralen.

Om meer grip te krijgen op de ruwvoerwinning en weerbaarder te zijn tegen weersextremen als droogte maken ze gebruik van een speciale tool: de digitale graslandgebruikskalender. ‘Door al onze bewerkingen en bemestingen in die tool te registreren, krijgen we inzicht in wat de percelen voor ons doen’, vertelt Hof. ‘Daar zijn we enthousiast over en dat willen we graag met andere boeren delen. Daarom hebben we ons aangesloten bij het demobedrijvennetwerk van het Deltaplan Agrarisch Waterbeheer.’

 

Effecten van kruidenrijk grasland

Als een van de pijlers van hun bedrijfsvoering past het stel wisselbouw toe, met een belangrijke rol voor kruidenrijk grasland. Bij de keuze voor het juiste grasmengsel zijn ze niet over een nacht ijs gegaan, schetst Ruitenberg. ‘Het mengsel waarvoor we gekozen hebben, is echt maatwerk, passend bij onze grond en afgestemd op wat wij ermee willen.’ Dat pakt in de praktijk goed uit, stelt haar partner. ‘Het kruidenrijke perceel heeft minder bemesting nodig, is na de natte periode die we achter de rug hebben beter begaanbaar dan de andere percelen, en de opbrengsten zijn goed.’

Minder bemesting zou winst op moeten leveren voor de waterkwaliteit, zo is de verwachting. Ruitenberg: ‘Het afschaffen van de derogatie is een direct gevolg van de waterkwaliteit die niet op orde is. Maar waar hebben we het dan precies over? En wat is onze rol daarin? Daar is eigenlijk nauwelijks zicht op. Wat mij dan stoort, is hoe negatief de pers over de waterkwaliteit in Nederland schrijft. Waarbij altijd naar de landbouw wordt gewezen, terwijl we de afgelopen decennia als sector enorme stappen hebben gezet.’

In de discussie over de waterkwaliteit is inderdaad meer nuance nodig, beaamt LTO Noord-projectleider Sjoerd van der Meulen. ‘Het waterschap heeft inzicht in de kwaliteit van de grotere wateren, maar hoe zit het met de agrarische perceelsloten? Wat is nu precies de wateropgave waar de agrarische sector voor staat? Daar proberen we nu een vinger achter te krijgen, door beschikbare data van de waterbeheerders beter te ontsluiten én door boeren zelf te laten meten.’

Als ‘pilot-pioniers’ nemen Hof en Ruitenberg iedere twee weken op drie verschillende punten slootwatermonsters, die door het waterschap worden geanalyseerd. Daarnaast voeren ze met speciale apparatuur ook zelf metingen uit om stikstof- en fosfaatgehaltes in de sloten vast te stellen. Van der Meulen: ‘De analyses van het waterschap worden naast de eigen meetresultaten gelegd. Als de uitkomsten overeenkomen, en als de meetapparatuur voldoende gebruiksvriendelijk is, kunnen we het project opschalen.’

Tjerk en Greet zullen hun ervaringen met  deze pilot delen.

Gerelateerde demobedrijven