Bijeenkomst op een bietenperceel. Profielkuil

Organische stof opbouwen? Kijk eerst wat erin komt én wat verdwijnt

Meer organische stof in de bodem levert veel op: een betere bodemstructuur, meer vochtvasthoudend vermogen, een grotere buffer voor voedingsstoffen en een actiever bodemleven. Volgens akkerbouwer Rens van Bergeijk kan een positieve organische-stofbalans het verschil maken tussen een goede en slechte opbrengst tijdens droge zomers. Tijdens een DAW-bijeenkomst vertelde hij samen met bodemadviseur Niek Vedelaar hoe je werkt aan meer organische stof in de bodem.

Waarom is organische stof zo belangrijk?

Niek Vedelaar (bodemadviseur voor het DAW en werkzaam bij Delphy): ‘Organische stof vervult verschillende functies in de bodem. Het draagt bij aan een betere bodemstructuur en vochtvoorziening, stimuleert het bodemleven en vergroot de voedingsbuffer. De precieze werking verschilt per grondsoort. Op klei en zavel zijn onder andere de lucht- en waterhuishouding en bewerkbaarheid belangrijk. Op zand gaat het bijvoorbeeld om het vasthouden van vocht en voedingsstoffen en om binding van bodemdeeltjes.’

Maar organische stof is niet één voorraad die onveranderd in de bodem blijft zitten. Niek Vedelaar maakt onderscheid tussen jonge organische stof, dynamische organische stof en oude organische stof ook wel humus genoemd. ‘Jonge organische stof, zoals gedeeltelijk verteerde gewasresten, wordt relatief snel afgebroken. Daarbij komen voedingsstoffen beschikbaar. Stabiele humus breekt veel langzamer af en is juist belangrijk voor bijvoorbeeld structuurstabiliteit, vochtvasthoudend vermogen en het bufferen van voedingsstoffen.’

‘Er is veel aanvoer nodig om de bestaande organische stof-balans op peil te houden’

Waarom is organische stof opbouwen zo lastig?

Bestaande bodemorganische stof wordt voortdurend afgebroken. Volgens experts kan de afbraaksnelheid variëren tussen 1 en 10 procent per jaar. Dat wordt onder andere bepaald door grondsoort, lutumgehalte, organische-stofgehalte, C/N-verhouding, ouderdom van de organische stof, ontwatering en pH. Omdat de werkelijke afbraak lastig exact te bepalen is, kan voor een eenvoudige organische-stofbalans op bouwland worden gerekend met ongeveer 2.000 kg organische stof per hectare per jaar. Ook de berekeningen van Niek Vedelaar laten zien hoeveel aanvoer alleen al nodig kan zijn om het bestaande niveau vast te houden. Bij kleigrond met 2 procent organische stof, een bouwvoor van 30 centimeter en 2 procent afbraak gaat het bijvoorbeeld om circa 1.820 kg effectieve organische stof per hectare per jaar. Bij 3 procent organische stof is dat circa 2.610 kg. Kortom: als je evenveel effectieve organische stof aanvoert als er wordt afgebroken, bouw je nog niets op. Je voorkomt dan alleen dat de voorraad verder afneemt.

Bekijk de factsheet over positieve organische stof-balans
schop in de grond: profielkuil

Hoe bouw je dan wel organische stof op?

Daarvoor kun je een organische-stofbalans maken. Die zet de jaarlijkse aanvoer tegenover de jaarlijkse afbraak. De organische stof wordt aangevoerd via drie belangrijke routes:

  • gewasresten die na de oogst achterblijven;
  • groenbemesters die worden ingewerkt;
  • organische mest, waaronder compost.

Bij de berekening draait het om effectieve organische stof (EOS). Dat is het deel van de aangevoerde organische stof dat één jaar na toediening nog over is in de bodem. Verschillende organische materialen leveren dus niet automatisch evenveel EOS. Kijk op bijvoorbeeld www.os-balans.nl (tool van het NMI) om je eigen organische stofbalans te berekenen.

Bij diverse adviespartijen in de markt zijn ook eigen organische stofbalansberekeningen beschikbaar die te gebruiken zijn. Tel de EOS van alle bronnen bij elkaar op, dan krijg je de totale jaarlijkse aanvoer per hectare. Die zet je af tegen de geschatte afbraak. Pas wanneer de aanvoer groter is dan de afbraak, is de organische-stofbalans positief. Dat maakt het ook mogelijk om vooruit te kijken. Welke bijdrage levert een groenbemester? Wat gebeurt er wanneer je stro achterlaat? En wat betekent de keuze voor een bepaalde organische mestsoort?

Opbouwen vraagt tijd

Een positieve balans betekent nog niet dat je het organische-stofpercentage op korte termijn flink ziet stijgen. Vedelaar: ‘Jonge organische stof wordt snel afgebroken, denk aan verteerde gewasresten.’ Bij oude, stabiele organische stof ligt de afbraaksnelheid veel lager. Ook compost, dierlijke mest en stro verschillen in de snelheid waarmee organische stof wordt afgebroken en uiteindelijk wordt omgezet in stabielere organische stof. Organische stof opbouwen is daarom vooral een kwestie van jaar na jaar meer aanvoeren dan er wordt afgebroken. ‘Dit gaat over generaties.’

Rens van Bergeijk: bodem en gewas voeden

Op het akkerbouwbedrijf van Rens en Marc van Bergeijk in Zuidland is organische bemesting onderdeel van een bredere aanpak van de bodem. Het bouwplan bestaat onder andere uit aardappelen, wintertarwe en suikerbieten. Van Bergeijk combineert niet-kerende grondbewerking (NKG) met organische bemesting. Op het bedrijf worden onder andere rundveedrijfmest en vaste koeien- en paardenmest gebruikt. Daarmee wil Rens van Bergeijk bodem en gewas voeden. Voor stikstof wordt in maart N-mineraal gemeten en wordt vervolgens gestuurd op de behoefte van het gewas. ‘Dit is onzes inziens belangrijk om de bodem gezond en de organische stof op peil te houden. Met de steeds drogere zomers denk ik dat een gezonde bodem – en dus positieve organische stof-balans – cruciaal is voor een goede opbrengst. Onze opbrengst van dit jaar bewijst wat mij betreft ons gelijk.’

‘Met drogere zomers is een gezonde bodem cruciaal voor een goede opbrengst’

De winst zit niet alleen in een hoger percentage

Werken aan organische stof heeft dus meer waarde dan alleen proberen het percentage op de bodemanalyse omhoog te krijgen, legt Vedelaar uit. Organische stof draagt bij aan structuur, beworteling, vochtvoorziening en het vasthouden en leveren van voedingsstoffen. Vedelaar: ‘De profielkuilen bij Rens laten een gezonde bodem zien met een mooie, losse structuur en veel poriën en wormengangen. We zien zelfs pendelaars, dus kunnen stellen dat het bodemleven heel actief is. Een positieve OS-balans heeft daar zeker mee te maken.’

 

Meer over dit DAW demobedrijf
Akkerbouwers op een bietenperceel graven profielkuil

Zelf aan de slag met organische stof-balans

Telers die aan de slag willen met organische stof doen er goed aan inzicht te krijgen in de OS-balans op hun percelen. Een betere eerste vraag is: hoe ziet de organische-stofbalans van mijn percelen eruit? Vedelaar: ‘Wat komt er jaarlijks binnen via gewasresten, groenbemesters en organische mest? Hoeveel daarvan blijft na een jaar over? En hoeveel organische stof wordt ondertussen afgebroken? Wie daar zicht op heeft, kan gerichter keuzes maken in bouwplan, groenbemesters en mestsoorten.’

Zo denkt akkerbouwer Rens na over het telen van tarwe als groenbemester vanwege diepe beworteling. Vedelaar: ‘Dat maakt de bodem losser met ruimte voor het bodemleven.’  Ook een vlinderbloemige telen kan een boost geven aan het bodemleven. Vedelaar: ‘Dat draagt óók bij aan een positieve OS. Enkel organische bemesting toevoegen is niet voldoende, je moet ook zorgen voor voldoende bodemleven zodat die de bemesting kan verteren en om kan zetten in opneembare mineralen voor de plant.’

Voor een positieve balans kan het bijvoorbeeld nodig zijn om de vruchtwisseling aan te passen, meer groenbemesters te telen of een andere organische mestsoort te kiezen. Vedelaar: ‘Dat kost geld, maar de bodemkwaliteit gaat daar op de lange termijn op vooruit. En een gezonde bodem betekent een gezond en goed gewas.’

Volg de gratis online cursus over groenbemesters