1.2.1 Bestuiving van aardbeien | Deltaplan Agrarisch Waterbeheer

1.2.1 Bestuiving van aardbeien

1.2.1 Bestuiving van aardbeien

De Nederlandse vollegrondsaardbeienteelt wordt steeds grootschaliger. De aardbei is voor een goede bestuiving afhankelijk van insecten. De honingbij, die bloem- en plaatsvast is, leent zich hier uitstekend voor. De invloed van natuurlijke bestuiving door wilde hommels of solitaire bijen is bij grootschalige teelt minimaal. Professionele inzet van bijenvolken zet wel zoden aan de dijk; bijen ondersteunen met hun ‘precisiebestuiving’ grootschaligheid.
Waar kun je als vollegrondsaardbeienteler op letten als het gaat om 1) de inzet van bijen op het bedrijf en 2) de bescherming van bijen:
Voor een goede bestuiving zijn 2 bijenvolkeren per hectare nodig.
-  Maak goede afspraken met de imker. Bij voorkeur voor de langere termijn. Het belang van de imker is honingwinning. Hij kan er daarom voor kiezen om zijn bijenkasten te plaatsen bij bijvoorbeeld wilgen of koolzaad. Met goede wederzijdse afspraken voor de lange termijn bent u ieder jaar verzekerd van professionele bestuiving.
-  Het is het beste dat de bijenkasten aan de randen van de percelen staan. Zo hebben de bijen het meeste overzicht en kunnen ze zich goed oriënteren. Er kunnen gerust 3 à 4 volkeren bijelkaar staan. Dat is zelfs gunstig als de temperatuur op de grens ligt van wel/niet uitvliegen; als er dan 1 gaat, gaan ze allemaal los. Let erop dat de vliegopening van de bijenkasten op het zuiden is gericht en de kasten een stuk boven de grond staan.
-  Gun de bijen even rust als ze zijn verplaatst. Door het schokken tijdens de rit zijn ze geïrriteerd en hebben even tijd nodig om tot rust te komen. Voldoende rust voorkomt het verloren gaan van bijen.
-  Hoe meer vocht, hoe meer nectar. U kunt de bijen sturen door bij droge weersomstandigheden de aardbeiplanten van extra vocht te voorzien.
-  De bij is de stilist onder de bestuivers. Hij vliegt alleen als de omstandigheden voor bloei en bestuiving gunstig zijn. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld hommels die ook al naar bloemen gaan als het stuifmeel nog niet rijp is. Dit gaat ten koste van de kwaliteit.
-  Een bijenvolk bestaat uit ongeveer 20.000 bijen die gezamenlijk per dag 12 miljoen bloembezoeken afleggen. Ter vergelijking: een hommelvolk bestaat uit maximaal 300 hommels die 900.000 bloemen bezoeken per dag. Een bijenvolk is 3 keer zo duur als een hommelvolk, maar wel ruim 13 keer zo effectief.
-  In de bijenkast vindt ook uitwisseling van stuifmeel plaats doordat stuifmeel blijft kleven aan de haren van bijen en deze bijen de volgende uitvlucht weer aardbeienbloemen bezoeken.
-  Zaai groenstroken in met witte klaver om bijen ook in de zomer van voldoende voedsel te voorzien. Gerooide percelen kunnen worden ingezaaid met mosterdzaad, Afrikaantjes of groenbemesters als bijdrage aan een gezonde bijenstand.
Meer in de factsheet ‘Bestuiving van aardbeien in de vollegrond’.

Is deze informatie waardevol voor u? - Deze functie is 'anoniem' en enkel gericht naar de dossier beheerder!

Overige dossiers

Back to top