2.2 Ziekten en plagen | Deltaplan Agrarisch Waterbeheer

2.2 Ziekten en plagen

2.2 Ziekten en plagen

Er is vrijwel geen bijenvolk in Nederland dat niet wordt geparasiteerd door de Varroa destructor, een ruim één millimeter grote, roodbruine mijt die leeft op en van larven en volwassen bijen. De mijt komt van oorsprong uit Azie en heeft zich begin tachtiger jaren van de vorige eeuw door toedoen van de mens over alle continenten, m.u.v. Australië, kunnen verspreiden. Het is momenteel verreweg de meest bedreigende factor voor bijenvolken.
Ongeveer een decennium geleden werd de varroa-mijt bovendien drager van virussen die ervoor zorgen dat bijenvolken sneller verzwakken en ten gronde gaan, tenzij de imker maatregelen treft om de besmetting te reduceren. De wintersterfte van bijenvolken wordt mede toegeschreven aan de besmetting met deze parasiet.

 
De brochure Effectieve bestrijding van varroa van Bijen@wur geeft inzicht in de leefwijze, de aanbevolen bestrijdingsmethodiek en het gebruik van de verschillende producten die daarvoor kunnen worden ingezet.
Lees ook het factsheet Varroamijten onderdrukken.
 
Reisverbod bij uitbraak Amerikaans vuilbroed
Van oudsher kunnen bijenvolken besmet zijn met bacteriën, virussen en parasieten. Daartegen hebben bijen een natuurlijke afweer opgebouwd die relatief weinig schade toebrengt. Uitzondering daarop vormt Amerikaans Vuilbroed (AVB). Deze zeer besmettelijke en dodelijke ziekte heeft het gemunt op het broed, het larvenstadium, van bijenvolken. De bacterie is vrijwel overal latent aanwezig maar kan plotseling de kop opsteken en een volk vernietigen.
Imkers zijn verplicht melding te doen van de uitbraak. Bij vaststelling wordt een vervoersverbod ingesteld en in een straal van 3 kilometer alle bijenstanden en volken onderzocht.
Meer informatie is te vinden in het factsheet Bijenziekten herkennen

Is deze informatie waardevol voor u? - Deze functie is 'anoniem' en enkel gericht naar de dossier beheerder!

Overige dossiers

Back to top