Realiseer optimale stikstofwerking van uw mestfactsheet

Pas op grasland bij voorkeur zodenbemesting toe voor een hoge N-werking. Verdunde mest geeft bij droog weer een hogere N-werking. Beperk de mestgift op maïs tot 30 m3 per ha.

Dierlijke mest is de basisbemesting. Laat de mest daarom analyseren op bemestende waarde. Met zodenbemesting kunt u op jaarbasis een hogere stikstofwerking (ruim 50%) realiseren dan met sleepvoeten (ruim 45%). Geef voor de eerste snede niet meer dan 30 m3 per ha. Bij hogere giften komt de mest boven de sleuf wat leidt tot meer ammoniakemissie. Door de mest 50% te verdunnen met water wordt op jaarbasis per ha een 10 kg hoger N-opname door gras gerealiseerd. Met nitrificatieremmers toegevoegd aan mest bestemd voor de eerste snede kan gemiddeld een hogere opbrengst en stikstofbenutting worden gerealiseerd met minder uitspoeling en denitrificatie. Beperk de bemesting op maïsland tot 30 m3 mest per ha en 30 kg N ha in de rij om de nitraatuitspoeling tot onder 50 mg NO3/l te krijgen. Mesttoediening in de rij heeft op zand de voorkeur voor een hogere stikstofbenutting.

Samenvatting

 

Waardering

Toelichting

Productievoordeel1)

0/+

De graslandproductie stijgt nauwelijks. Wel kan het eiwitgehalte van gras iets stijgen. Mestplaatsing in maïs kan positief werken bij krappe bemestingen.

Milieuvoordeel1)

+

Er is minder risico van afspoeling. Er is minder minerale N in de bodem in het najaar.

Kosten2)

0/+++

Bij mest verdund toedienen stijgen de kosten sterk omdat meer kuubs moeten worden uitgereden.

1) -- = sterk negatief, - =  negatief, 0 = neutraal, + = positief, ++ = sterk positief

2) 0 = geen, + beperkt, ++ = aanzienlijk, +++ = hoog

De maatregel

Hoe beter u als melkveehouder in staat bent om de stikstof in mest door het gewas te laten benutten (opnemen) des te kleiner is het risico van uit- en afspoeling van stikstof. Door mest jaarlijks te laten analyseren kent u de samenstelling wat een voorwaarde is om mest optimaal te benutten (factsheet 4). De hoeveelheid ammonium en organische gebonden stikstof in mest kan sterk verschillen (factsheet 12).

Grasland

De ammonium in mest bepaalt de werking van mest voor de korte termijn. Bij zodenbemesting kan ruim 80% tot werking komen waarvan 60% in de eerstvolgende snede na toedienen. De tijd tussen mest toedienen en oogsten van de eerste snede varieert tussen 30 en 70 dagen. Bij 30 dagen is de stikstofwerking voor de 1e snede naar schatting 5% lager dan bij 70 dagen. De stikstofwerking van het organisch deel bedraagt ongeveer 20% bij toedienen in maart en 13% bij toedienen eind juni. Met zodenbemesting kan op jaarbasis een hogere stikstofwerking (ruim 50%) gerealiseerd worden dan met sleepvoeten (ruim 45%). Geef niet meer dan 25-30 m3 per ha voor de 1e snede en maximaal 20 m3 per ha voor latere sneden om te vermijden dat mest boven de sleuf staat wat leidt tot meer ammoniakemissie. Zorg voor een net werkresultaat.

Het toevoegen van een nitrificatieremmer aan mest voor de eerste snede kan een hogere opbrengst en stikstofwerking geven. Onder natte omstandigheden op zandgrond zijn opbrengstijgingen en hogere N‑benuttingen tot 15% mogelijk. Onder droge omstandigheden en op zwaardere gronden is nauwelijks voordeel.

Mest verdunnen met water geeft een lagere ammoniakemissie. Onder droge omstandigheden leidt verdunnen tot een hogere opbrengst en stikstofbenutting. Onder natte omstandigheden zijn er geen significant hogere opbrengsten en N-benuttingen. Op basis van de tot dusver uitgevoerde verdunningsproeven is berekend dat elke kg N die minder emitteert, leidt tot 1,2 kg meer N-opname door gras. Indien u jaarrond verdunde mest (25-50% verdunning) toedient, dan mag bij een totale gift van 60 m3 per ha op een 10 kg hogere N-opname per ha gerekend worden en bij 100% verdunning op ruim 20 kg N per ha. Vooral in de zomer wordt aangeraden om mest te verdunnen. Naast minder verlies is er ook minder kans op gewasschade nabij de mestsleuf.

Goed toewijzen van de beschikbare mest aan de percelen rekening houdend met de NLV en de fosfaattoestand is eveneens van belang voor het realiseren van een optimale stikstofwerking (factsheet 4). In het algemeen is er geen ruimte voor andere organische meststoffen omdat de P‑gebruiksruimte veelal is ingevuld met de op uw bedrijf geproduceerde mest. Alleen bij derogatie en lage P-toestanden is er beperkt ruimte voor varkensmest. Toepassing van mineralenconcentraten past in het algemeen niet omdat dan teveel kali wordt aangevoerd.

Maïsland

Voor een hoge stikstofbenutting van mest dient de stikstofgift op maïsland met 40 kg N per ha verminderd te worden ten opzichte van het landbouwkundig advies. Het advies is dan 140 - Nmin - N‑nalevering groenbemester (www.bemestingsadvies.nl). Dit kost hooguit 1-3% opbrengst maar heeft een groot effect op de uitspoeling. In de regel volstaat dan 30 m3 mest per ha aangevuld met 30 kg N in de rij. Op maïsland wordt mest direct ingewerkt. Dan is er weinig risico van afspoeling. Door de hoge bodemtemperatuur (>10 oC) wordt ammonium binnen 2 weken omgezet naar nitraat. Toepassing van een nitrificatieremmer kan dit een aantal weken vertragen waardoor het risico van nitraatuitspoeling en denitrificatie afneemt. Bij een krappe bemesting kan er een positief effect zijn op de opbrengst. Plaatsing van mest in de rij geeft een iets hoger stikstofbenutting en heeft vooral toegevoegde waarde op percelen met een relatief lage P-toestand.

Effect op de waterkwaliteit

Grasland

Bij zodenbemesting is de N-benutting hoger dan bij sleepvoeten vanwege een lagere ammoniakemissie. Er is geen verschil in uitspoeling tussen de twee technieken. Bij sleepvoeten is er wel een hogere risico van afspoeling. Randvoorwaarde is een goede timing. De grond moet voldoende draagkracht hebben om mest toe te dienen. Op een natte grond is de draagkracht gering en is het afspoelingsrisico groot. Daarom wordt ook meer en meer gebruikgemaakt van een sleepslangensysteem.

Het toevoegen van een nitrificatieremmer aan mest voor de eerste snede leidt tot een hogere N‑benutting in vooral de eerste snede. Er gaat gemiddeld 5-10 kg minder N per ha verloren door uit- en afspoeling en denitrificatie. Het toedienen van verdunde mest (vooral in het voorjaar) kan door het grotere volume het afspoelingsrisico verhogen. Aan de andere kant kan de mest goed infiltreren. Per saldo is er naar verwachting geen extra effect op de uit- en afspoeling. Wel neemt de depositie af door de lagere ammoniakemissie. Het optimaliseren van de mestverdeling heeft weinig effect op de uit- en afspoeling. Van belang is een goede timing in het voorjaar (bodemgeschiktheid en een lage neerslagverwachting) en tijdig stoppen in de zomer (factsheet 10).

Maïsland

Verlagen van het bemestingsadvies met 40 kg N per ha leidt tot een duidelijke daling van het nitraatgehalte onder maïspercelen richting 50 mg nitraat per liter. Op bedrijfsniveau (bij derogatie) komt het nitraatgehalte duidelijk onder 50 mg nitraat per liter uit. Het toevoegen van een nitrificatieremmer aan mest leidt bij krappe bemestingen tot een hogere opbrengst. Dit is een aanwijzing voor een lagere nitraatuitspoeling. Proefresultaten met metingen van uit- en afspoeling zijn er niet. De effecten zijn alleen indirect vastgesteld via een hogere gewasopname.

Effect op de waterkwantiteit

De maatregel heeft geen effect op de waterkwantiteit.

Effect op de bodemkwaliteit

Nitrificatieremmers zoals DMPP en Piadin remmen de biologische omzetting van ammonium naar nitraat. Er zijn geen resultaten bekend dat dit nadelig werkt op de bodemkwaliteit. Mestplaatsing in de rij kan een risico inhouden van lagere opbrengsten. Mogelijk is dit het gevolg van lokale bodemverdichting. Daarom alleen bemesten en zaaien in één werkgang als de draagkracht subliem is. Anders liever in twee aparte werkgangen met GPS en een bemester die de grond zaaiklaar neerlegt.

Reactietijd

Het effect van de handeling is binnen1 jaar merkbaar.

Kosten en baten

Het toevoegen van nitrificatieremmers aan mest voor de eerste snede gras verdient zich vaak terug. De kosten voor het middel bedragen ongeveer 30 € per ha. De meeropbrengst aan gras(eiwit) compenseert de investering. Op maïsland verdient de investering zich terug indien er weinig mest (<30 m3 per ha) en kunstmest (<30 kg N per ha) wordt toegediend.

Verdunnen met water werkt kostenverhogend. Indien mest met 50% water wordt verdund dan nemen de kosten voor mesttoediening met 50% toe bij uitrijden met een sleepvoetenmachine of zodenbemester. Bij een jaargift van 40-60 m3 per ha wordt dan 20-30 m3 extra uitgereden, wat 100-150 € meerkosten per ha betekent. Bij gebruikmaking van een sleepslangensysteem zijn de meerkosten lager. Meeropbrengst aan gras is er niet, wel is de N-opname wat hoger.

Effectiviteit

De voorgestelde maatregelen zijn effectief op grasland en maïsland. De maatregelen zijn toepasbaar op alle grondsoorten, waarbij vanuit gegaan wordt dat op veengrond geen maïs geteeld wordt. Op veengrond moet de te gebruiken meststof zwavelarm zijn. Veengrond bevat van nature voldoende zwavel voor een goede gewasgroei. Op kalkrijke klei dient geen ammoniumsulfaat te worden gebruikt vanwege een verhoogd risico op ammoniakemissie.

Tips en aandachtspunten

  • De technische uitvoering bij mesttoediening in de rij luistert nauw.
  • Verdunnen met water is als systeem lastig te controleren voor de wetgever.
  • Bemesting dient altijd samen te gaan met de verwachte weerssituatie voor de komende week. Wordt veel neerslag verwacht dan dient bemesten te worden uitgesteld.
  • De bemesting dient afgestemd te zijn op de gewasbehoefte en de bodemvoorraad en nalevering vanuit de bodem.
  • Geen mest naar gescheurd maïsland (zie factsheet 23).
  • Voor meer informatie over mest verdunnen zie factsheet 24.
  • Voor meer informatie over het benutten van (kunst)meststoffen zie factsheet 12.
  • Voor meer informatie over mest toewijzen aan percelen zie factsheet 4.

Meer informatie

  • Bussink, D.W., 1999. Niet gepubliceerde resultaten.
  • Huijsmans, J.F.M., Hol, J.M.G. & van Schooten, H.A., 2015. Ammoniakemissie bij het toediening van verdunde mest met een sleepvoetenmachine op grasland. PRI-rapport 633. Pp. 33.
  • Schröder, J., 2018. https://www.bemestingsadvies.nl/upload_mm/4/6/f/ea68ea17-04b5-4e58-9599-66286ad4ecee_I_JSchr_CBGV_MaisEnGras_15februari2018.pdf.
  • http://www.triferto.eu/nl/nieuws/271/piadin---het-rendement-per-hectare
  • Schils, R.L.M., 1992. Invloed tijdstip van toediening op stikstofwerking van dunne rundermest op grasland. Proefstation Rundveehouderij, Paardenhouderij en Schapenhouderij, rapport 136.Lelystad pp 139.
  • Van der Schans, D., Meuffels, G., Van der Schoot, J.R., van Dijk, W. & Vermeulen, B., 2010. Precisie plaatsing van drijfmest in Maïs. Veldproeven met precieze plaatsing van mest ten opzichte van de maïsrij bij bemesten en zaaien in aparte werkgangen en het effect op bodemdichtheid en mineralenbenutting. PPO nr. 3250172710. Lelystad, pp 28.

Download hieronder de factsheet in pdf

BijlageGrootte
fs_11_werking_mest.pdf111.23 KB
Back to top