Groenbemester mechanisch onderwerken

 

Het mechanisch onderwerken van een groenbemester of vanggewas is een effectieve manier om stikstof optimaal te benutten en de bodemstructuur te verbeteren zónder het gebruik van chemische middelen zoals glyfosaat. Steeds meer boeren en tuinders telen groenbemesters. Als vanggewas na maisteelt, maar ook omdat het uitspoeling vermindert en de bodem verbetert. Op deze pagina lees je welke methoden er zijn en waar je rekening mee moet houden bij het mechanisch onderwerken van groenbemesters.

Alles weten over hoe je groenbemesters teelt? Doe de gratis, online cursus Bekijk de factsheet 'werk groenbemesters laat onder'

Een groenbemester vangt stikstof op, beschermt de bodem tegen erosie en verrijkt het organische stofgehalte. Groenbemesters kunnen op veel verschillende manieren worden bewerkt en ingewerkt. Dat is afhankelijk van het seizoen, de gewassoort, de hoogte van het gewas en de bodem. Het is belangrijk om de groenbemester goed onder te werken, om problemen met opslag te voorkomen.

Wanneer een groenbemester onderwerken?

De exacte timing voor het onderwerken van een groenbemester is afhankelijk van grondsoort, timing van de hoofdgrondbewerking, de eisen aan het zaaibed van de volgende teelt en de weersomstandigheden. Op zware kleigronden is onderwerken in het najaar soms beter voor een goed zaaibed en om bederf van de bodemstructuur te voorkomen. Het is goed om de groenbemester zo lang mogelijk te laten staan, tenzij er reden is om de deze eerder te bewerken. Dat kan zijn een te hoge onkruiddruk of zaadzetting in de groenbemester. Op lichtere gronden waar niet wordt geploegd, is het tijdstip van inwerken afhankelijk van het volggewas. Vooral bij fijnzadige gewassen is het op lichtere gronden zaak de groenbemester minimaal 2-3 weken voor het zaaien in te werken. Hier kan onderwerken ook in maart nog plaatsvinden, afhankelijk van het soort groenbemester en de stikstofbehoefte van het volggewas. Hoe later het volggewas de stikstof nodig heeft en hoe lager de behoefte tijdens de begingroei, hoe later de groenbemester kan worden ingewerkt.

Stem het moment van onderwerken altijd af op de weersomstandigheden. Benut bijvoorbeeld goede weersomstandigheden na half oktober op kleigrond om het gewas in te werken, zeker als veel neerslag wordt verwacht. Bij natte omstandigheden kunnen gewasresten inkuilen en kan structuurschade ontstaan door de werkgangen. Een voorbewerking, bijvoorbeeld met een schijveneg ongeveer twee weken vóór het ploegen en bij voorkeur onder droge omstandigheden, helpt dit te voorkomen. Beperkte of geen bemesting van de groenbemester houdt het gewas beter beheersbaar en maakt het onderwerken makkelijker. Ga er daarnaast niet vanuit dat het gewas afvriest, want dat is met de milde winters van tegenwoordig zeker in kustgebieden erg onzeker.

In de praktijk wordt vaak gekozen voor onderwerken in het najaar. Dit wordt als veiliger ervaren, omdat er in het najaar doorgaans makkelijker een geschikt bewerkingsmoment gevonden wordt. In het voorjaar kan dat lastiger zijn, zeker bij natte omstandigheden en de tijdsdruk om het volggewas tijdig in te zaaien of te poten.

Bij niet-winterharde groenbemesters die door vorst afsterven en als dode mulch blijven liggen, kan onderwerken in het voorjaar juist eenvoudiger zijn. Het verschil zit daarmee minder in het seizoen zelf, maar meer in het type groenbemester en de bodemomstandigheden op het moment van bewerken.

Tip: Een mengsel van winterharde en niet-winterharde soorten zorgt voor een vroege en geleidelijke afgifte van stikstof. Dit is goed voor gewassen met een langere groeiperiode die al vroeg stikstof nodig hebben.

Voordelen vroeg bewerken

Er kunnen redenen zijn om de groenbemester eerder in te werken, bijvoorbeeld bij een hoge onkruiddruk en het in het zaad komen van een groenbemester. Op de zwaardere kleigronden is onderwerken in het najaar via ploegen vaak verstandiger zodat in het voorjaar de bodemstructuur is hersteld voor de voorbereiding van het zaaibed. Deze kleigronden hebben de winterperiode nodig voor structuurherstel en bewerkbaarheid; afbraak gaat langzamer en zo kan de vorst beter in de grond komen. Bovendien vermijd je het risico dat je in een nat voorjaar onder ongunstige omstandigheden de groenbemester moet inwerken.
Als een groenbemester op zandgrond en lichte zavel/kleigronden te vroeg wordt ingewerkt begint de afbraak in de bodem voordat het volggewas hier voordeel van heeft. Een deel van de stikstof die vrijkomt in de winterperiode zal verloren gaan door uitspoeling. Daarom heeft het de voorkeur om de groenbemester niet voor januari of februari in te werken. De bodem blijft langer bedekt, meer stikstof wordt vastgelegd, de
uitspoeling blijft beperkt en het volggewas profiteert maximaal van de groenbemester.
  • De bodem heeft meer tijd voor de vertering van de gewasresten. Dat is met name van belang bij groenbemesters zoals granen en grassen.
  • Er is een kleiner risico op zaadvorming van de groenbemester.
  • Er is een kleiner risico op hergroei van de groenbemester.
  • De kans op zaadvorming van onkruid is kleiner.
  • De bodem warmt sneller op en droogt sneller op.

Voordelen laat bewerken

Laat onderwerken verhoogt de benutting van stikstof in de groenbemester en beperkt verliezen in de vorm van uitspoeling. Vooral voor groenbemesters met een lage C/N-ratio (vlinderbloemigen, kruisbloemigen) is dit van belang, omdat die snel verteren.
  • De stikstof wordt voor langere periode opgenomen en overgedragen.
  • Laat bewerken beperkt de uitspoeling bij snel verterende groenbemesters.
  • De groenbemester beschermt de bodem langer tegen wind en water.
  • Het zorgt voor een hogere organische stofproductie.
  • Bodemvocht wordt langer vastgehouden.
  • Onkruid wordt langer onderdrukt bij goede bodembedekking.

 

Manieren om groenbemesters mechanisch onder te werken

Het vanggewas machinaal verkleinen en onderwerken zorgt ervoor dat het stikstof uit het gewas optimaal benut kan worden door het hoofdgewas, mits het goed gebeurt. De verteerde groenbemester draagt bij aan organische stof in de bodem. Soms is één bewerking niet genoeg om een goedontwikkeld vanggewas volledig te verwerken. Bij veel biomassa wordt daarom vaak gekozen voor een combinatiebewerking, waarbij het gewas bijvoorbeeld voorop wordt geklepeld en in dezelfde werkgang achterop wordt ingewerkt. Zo’n voorbewerking is vaak nodig bij goedontwikkelde groenbemesters.

Voorbewerken van de groenbemester

Bij voorbewerken is het doel dat het gewas afsterft of verkleint wordt, zodat het beter verteert en in de hoofdbewerking makkelijker en gelijkmatiger in te werken is. Er zijn verschillende geschikte methodes om de groenbemester te beëindigen met behulp van voorbewerking. In het voorjaar is vaak een voorbewerking nodig, omdat de groenbemester dan ver is ontwikkeld.

Maaien of klepelen om groenbemester onder te werken

Maaien of klepelen is een snelle manier om een groenbemester te verkleinen. Door het verkleinen loopt het verteringsproces van de groenbemester sneller en kunnen de resten beter door de grond gemengd worden. Maai of klepel onder droge omstandigheden kort voor het ploegen om de resten luchtiger en beter verdeeld onder te ploegen en een natte, compacte bladmassa op de grond te voorkomen. Ook hoog maaien en klepelen voorkomt deze compacte laag, kan zaadvorming in de groenbemester voorkomen bij bijvoorbeeld gele mosterd of bladrammenas én kan handig zijn om in het zaad schietend onkruid te voorkomen.

Na het maaien blijft bij veel soorten een levende, groene groenbemester staan, die nog steeds de voordelen heeft van sitkstofopname en bodembedekking. Indien nodig kan vóór het ploegen nog een keer gemaaid of geklepeld worden. Het beste moment om te klepelen of maaien is in het najaar, bij droog weer.

  • Vaak gecombineerd met: ploegen, schijveneggen of frezen.
  • Voordelen: het versnelt vertering en voorkomt zaadvorming
  • Nadelen: hoger brandstofverbruik, kans op hergroei als het te vroeg wordt gedaan

Rollen

Rollen is geschikt voor groenbemesters die hoog opgegroeid zijn en licht verhoute stengels hebben. Dit heeft als voordeel dat de bewerking sneller kan dan bijvoorbeeld maaien en dat scheelt brandstofverbruik.

Lichte rollen, zoals de cambridge rol, leggen de groenbemester tegen de grond. Dit is een snelle manier van mechanisch bewerken met een grote werkbreedte, waarbij de gewasresten geen compacte, natte massa worden.

Rollen kan het beste gedaan worden bij vorst (in de grond), omdat de planten dan beter afbreken. Zo kan de groenbemester gedurende de winter afsterven, waardoor inwerken in het voorjaar makkelijker is.

  • Vaak gecombineerd met: ploegen of cultiveren (in het voorjaar)
  • Voordelen: brandstofzuinig, snelle werkgang, grote werkbreedte
  • Nadelen: alleen effectief bij vorst of droog weer

Kneuzen

Bij het kneuzen van een groenbemester maak je gebruik van een rol met verticale bladen die kunnen snijden of kneuzen. Deze kneus of ‘roller-crimper’ wordt in Amerika veel gebruikt bij niet-kerende grondbewerking en wordt ook in Nederland steeds vaker ingezet.

Het soort machine en de rijsnelheid bepalen hoe goed de groenbemester met de grond gemengd wordt. Kneuzen kan gedaan worden als voorbewerking voor het ploegen of bij niet-kerende grondbewerking als winterbewerking.

  • Vaak gecombineerd met: cultiveren of oppervlakkig frezen
  • Voordelen: goede keuze bij niet-kerende grondbewerking, behoud van bodembedekking
  • Nadelen: niet geschikt bij natte omstandigheden of zwak gewas

Onderwerken van de groenbemester

Bij het onderwerken van een groenbemester, wordt het gewas in de bodem gebracht. Het doel is om de groenbemester zó onder te werken dat het goed verteert, maar de bodem niet beschadigt. Een geslaagde onderwerking zorgt voor een vruchtbare start van de volgende teelt.

Ploegen

Bij ploegen is het belangrijk dat de groenbemester goed verdeeld is door de bouwvoor. Daardoor verteren ondergewerkte gewasresten beter en wordt inkuileffect voorkomen. Een voorbewerking kan nodig zijn om een goed ontwikkelde groenbemester onder te werken. Als je dat niet doet, kan een zure laag ontstaan waarin het volggewas slecht wortelt.

  • Kan gecombineerd met: klepelen, schijveneggen, cultivateren of rollen als voorbewerking
  • Voordelen: zorgt voor volledig opnemen organische stof, geschikt voor sterke gewassen
  • Nadelen: kans op zure laag bij slechte verdeling gewasresten

Om een betere menging door de bouwvoor te krijgen kunnen bij het ploegen de voorscharen weggelaten worden. Ploegen kan zowel in het voorjaar als in het najaar gedaan worden.

Onderwerken van groenbemester

Cultiveren

Het doel van een cultivator is het losmaken van de bodem en de beworteling en het weggroeien van een volggewas te bevorderen. Een cultivator kan de groenbemester meteen deels inwerken, wanneer deze niet te groot is gegroeid of is voorbewerkt. Zorg dat je cultiveert bij droog weer.

  • Kan gecombineerd met: kneuzen of rollen als voorbewerking
  • Voordelen: minder verstoring bodemleven dan ploegen, geschikt voor lichtere gewassen
  • Nadelen: onvolledige onderwerking, ongeschikt voor dikke zoden

Frezen

Het mechanisch inwerken van de groenbemester met een frees kan nodig zijn bij een stevige zode van een grassoort en om de kans op hergroei ervan te verkleinen. Het nadeel van freesbewerking is de intensiteit van de grondbewerking en het hoge brandstofverbruik. Daarnaast moet voor of na het frezen nog een grondbewerking gedaan worden. Frezen doe je het beste in het voorjaar.

  • Kan gecombineerd met: klepelen of maaien als voorbewerking
  • Voordelen: snelle afbraak, voorkomt hergroei
  • Nadelen: intensieve bewerking, hoog brandstofverbruik

Schijveneggen

Met een schijveneg wordt een groenbemester verkleind en aan de oppervlakte ingewerkt. Deze techniek kan ingezet worden als voorbewerking of als niet-kerende grondbewerking. Het is een goede methode voor het onderwerken van een nog vitale, grote groenbemester.

Let op: het is belangrijk dat er tussen het schijveneggen en ploegen een droge periode is, om te voorkomen dat de papperige bovenlaag alsnog inkuilen veroorzaakt.

  • Vaak gecombineerd met: ploegen
  • Voordelen: weinig versleping, hoge capaciteit en ook geschikt voor stoppelbewerking
  • Nadelen: legt gewas grover weg
Veldspuit op grasland perceel

Chemisch beëindigen van een groenbemester

Groenbemesters kunnen ook gedood worden met een niet-selectieve herbicide. Het voordeel daarvan is dat opslagplanten en onkruiden ook gedood worden. In de praktijk wordt chemie alleen gebruikt als alternatieve, mechanische, methoden niet werken.

Gerelateerde advies & subsidies